Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141

3 minuten leestijd

135 En tegenover die dualisten staan de menisten, die niet weten willen van privilegie op het stuk van natuurverschijnselen, wier leus is: gelijk recht voor alles; en voor wie in de levende natuur dezelfde wetten heerschen als daarbuiten" (Huizinga). Evenals het mechanisme gaat het vitalisme het onderzoek vooraf. Beide theorieën zijn een antwoord op de eerste vraag die gesteld moet worden inde physiologie: „wat is leven?" „waardoor verschillen de verschijnselen in de levende wezens van de verschijnselen daarbuiten en wat is de oorzaak van dat verschil?" Het zijn de twee oplossingen die gegeven kunnen worden van het derde van de 7 wereldraadsels, door Du Bois Reymond ') gesteld. De geschiedenis der physiologie is de poging van de twee richtingen om de waarheid te bewijzen van hetgeen men aanneemt als oorsprong: 't Woord, de Logos, of het materieele (stof en kracht). In het laatste geval moet men met Mac Gillavry ') uitspreken, „dat de bewegingsvormen der doode stof zich voortzetten in die der levende; dat wij over de wijze waarop, toen er nog geen levende stof was, de doode langzamerhand den levensweg opging, niets weten; maar dat hetgeen wij om ons heen waarnemen, ons ondanks ons zelve noopt om als waarschijnlijk aan te nemen dat energieën, van uit de wereldruimte tot ons gekomen, dit merkwaardig verschijnsel hebben teweeggebracht", al wordt hierdoor de quaestie verschoven, eveneens een wonder aangenomen en verondersteld, dat de condities voor verdere ontwikkeling zooals we deze thans zien, reeds bestonden. Dan heeft men ook in de levende cel de zelfde wetten op te sporen. Wöhler heeft ureum, Ladenburg coniïne, Fischer glucose, synthetisch gemaakt; en ook andere stoffen als campher zijn in het laboratorium bereid en 't is maar een quaestie van tijd en ook het eiwit volgt. Doch stelt men voorop den „Logos" en ziet men in de natuur eene daad van het Hoogste Intellect, dat is de taak der natuurwetenschap het plan der schepping te vertolken. Dan is de wet van orde en successie, als zoovele andere relaties, logisch te verstaan. De verwantschap tusschen de dieren berust op „gradaties van structuur", en is niet materieel doch intellectueel te verstaan. Een intellect als van Agassiz *) was noodig om de embryologie in verband te brengen met het systeem en met wat de geologie leert. Zoo zag hij één zelfde gedachte uitgedrukt in de geschiedenis van het type

1) Du Bois Eeymond. Zwei Tortrage 1891. 2) Th. H. Mac Gillavry. De oontinuitelt yan het doode en het levende. 1898. 3) L. Agassiz. Twelve lectures on comparative embryology 1849..

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's