Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59

2 minuten leestijd

53

Het levensrecht der ongeboren vrucht. Prof. H. Treub schreef naar aanleiding van een consult met Dr. IJ. een brief aan den bisschop van Haarlem, die op het volgende neerkwam: „Mevrouw N. N. is ongeveer 10 a 12 weken zwanger en is in haar tegenwoordigen toestand gekomen door overmatig zwangerschapsbraken. Toen alle behandeling vruchteloos bleek is door Dr. IJ., die de patiënte behandelt, als laatste redmiddel voorgeslagen de abortus provocatus. De vrouw antwoordde op dien voorslag onmiddellijk, dat de pastoor dit verboden had. Dr. IJ. heeft daarop zelf met pastoor X. gesproken en hem er op gewezen, dat van redding van de vrucht, al ware het alleen voor den doop, geen sprake kon zijn, omdat de vrucht eerder zou sterven dan de moeder. De pastoor bleef bij zijn weigering. Nu zal, wanneer van nacht of morgen mevrouw N. N. bezwijkt, niets anders gezegd kunnen worden, dan dat haar leven is opgeofferd, niet aan het kerkelijk voorschrift, maar aan de bekrompen opvatting, die pastoor X. daarvan heeft." De heer Bottemanne schreef terug, dat pastoor X. zich gedragen had overeenkomstig de leer der Katholieke kerk. Prof. H. ïreub vraagt nu, of de Nederlandsche wetgever zal toelaten, dat een college van priesters te Rome beschikt over leven en dood van vrouwelijke Nederlandsche ingezetenen, zonder zich op eenigerlei wijze daartegen te verzetten en zou gaarne het volgende wetsartikel aangenomen zien worden: „Degene, die een ander verbiedt en daardoor, of op eenigerlei andere wijze, verhindert voor zijn lijden geneeskundige hulp in te roepen of de aangeboden geneeskundige hulp aan te nemen, wordt, wanneer dat lijden den dood tengevolge gehad heeft, gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste negen maanden." Dr. R. van Oppenraay s. J. neemt het op voor de Roomsche kerk op de volgende wijze: Hij stelt voor een amendement op het wetsartikel van Prof. H. Treub. In plaats van geneeskundige hulp — aan te nemen leze men: zoodanige geneeskundige hulp in te roepen of aan te nemen, als noch met de wetten der zedelijkheid strijdig is, noch met de voorschriften van een erkenden godsdienst. Hij zegt verder: als de Katholieke kerk, na de disputen van hare grootste geleerden aandachtig te hebben gevolgd, en na eeuwen van voorzichtig aarzelen, eindelijk tot het besluit komt, dat een bepaalde medische behandeling ongeoorloofd is, dan zal het wel niet zonneklaar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's