1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 80
74
rusteloos dreigt de cel te doeden, en daardoor een deel der splitsingskracht te niet doet. (De zonde werkt op het terrein, waarop wij ons bewegen in de eerste plaats bij de voeding; het is niet zóó, dat de cellen de noodige stoffen ontvangen en de onnoodige afgewerkte stoffen uitscheiden, en daardoor van constante samenstelling blijven; neen, er blijven voor het leven der cel schadelijke stoffen achter, die ten slotte den dood der cel ten gevolge hebben. Zoo heeft er in het bloed een voortdurend verval en nieuwvorming van roode bloedlichaampjes plaats; zoo worden bij de spijsvertering door de verschillende slijmvliezen en klieren steeds cellen afgestooten en weer nieuwe gevormd, en zoo zal het in meer of minder snel tempo wel met alle weefsel het geval zijn, wvjl zij alle gevoed moeten worden. Maar de zonde werkt ook o. a. door afslijting; wij behoeven slechts aan de huid te herinneren, waarvan dagelijks duizenden epidermiscellen worden afgestooten, die door nieuwe cellen van uit het Retel — Malphigi moeten aangevuld worden). In de eerste jeugd is die splitsingskracht der cellen wel zóó groot, dat die remmende werking der zonde te boven wordt gekomen, althans voor de meeste cellen, en zoo er enkelen sterven, wordt dit verlies aangevuld door de groote levenskracht der overigen. Maar naarmate het aantal cellen, die geleefd hebben, en de overigen, die nog leven, toeneemt, m. a. w. groeit, wordt de splitsingskracht der bestaande cellen steeds kleiner; en is het aantal bestaande cellen eenmaal x', •pi'
zoodat — kleiner wordt dan het minimum e, dan is de hoogste grens X
van het leven, de volwassen toestand bereikt, de cellen verliezen dan het vermogen om nieuwe af te splitsen. Worden zij nu door de zondewerking gedood, dan wordt het aantal cellen, waaruit het lichaam bestaat, steeds kleiner, m. a. w. de ouderdom treedt in, die theoretisch eindigen zou met den dood, wanneer alle cellen gestorven zijn, dus E tot O is gereduceerd. Ware het nu, dat het lichaam uit gelijkwaardige cellen bestond met gelijke levensenergie, dan zou van den volwassen toestand slechts op één moment sprake kunnen zijn. Zoo eenvoudig is het echter niet; er is in den regel in het lichaam een zeer groote verscheidenheid van cellen met verschillende levensenergie; daardoor zal dat kritieke moment bij de eene groep en soort van cellen eerder optreden, by de andere later en daardoor is het te verklaren, dat wij een langzame ineenvloeiing van vollen wasdom in ouderdom bij de levende wezens waarnemen. Deze voorstelling, die wij ons van het leven maken is eenigszins
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's