Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 89

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 89

2 minuten leestijd

83

beschouwt. Om dit te elimineeren zou men proeven noodig hebben die zoo lang mogelijk duren, en daarom wenden we ons tot de volgende vooronderstellingen voor de berekening van de energiewisseling uit de stofwisseling. Voor deze berekening is het noodig, de voedingsstoffen, die in 't dierlijk lichaam gedurende de proef omgezet zijn, qualitatief en quantitatief te bepalen en hare verbrandingswarmte te berekenen. Kubner vond zelf, dat in de groep der eiwitstoffen'vele verschillende stoffen van niet onbelangrijke wisselingen in de waarden der warmte vereenigd zijn,' dat dat, wat men vet zonder meer noemt, niet onbelangrijke verschillen in verbrandingswaarden aanwees, en dat zelfs de meer homogene groep der koolhydraten toch nog verschillen van beteekenis in zich bevatte. Niet alleen de chemische natuur, ook de physische eigenschappen dezer stoffen schenen aan groote wisselingen onderhevig te zijn. Voor elke wijze van voeding zouden dus eerst die juiste standaardgetallen moeten bepaald worden. Kubner vooronderstelt, dat in den hongertoestand eiwitten en vetten van het dierlijk lichaam zelf omgezet worden, en bepaalt deze omzetting uit de uitgescheiden N en C. Hij let niet op de koolhydraten, die ook in den hongertoestand aan de stofwisseling deelnemen. Rubner geeft toe, dat het onmogelijk is te beslissen, hoeveel van de C bij de N-vrije stoffen tot vet of koolhydraat te rekenen zouden zijn. Het probleem zou theoretisch voor oplossing vatbaar zijn, zegt hij, zoo men de hoeveelheid van de omgezette O wist. Rubner bepaalt echter het O-verbruik niet en stelt Het aandeel van de koolhydraten aan de stofomzetting niet vast. Daarom heeft Rubner niet op alle biologische factoren gelet en zijne kennis van de stofomzetting is met leemten voorzien. Hij meent echter, dat deze leemten zonder grove fouten verwaarloosd kunnen worden, omdat de calorimetrische proef met de berekeningen volkomen overeenkomt. De berekeningen van Laulanié (Chaveau heeft een geheel andere theorie over omzetting en dienstbaarmaking der voedingsstoffen in het dierlijk leven aangegeven dan Voit, waarop Rubner bouwde. Volgens Chauveau, op wiens theorie Laulanié bouwde, kunnen de verschillende oxydatietrappen der voedingsstoffen door scheikundige formules aangegeven worden) steunen op de factoren, die Rubner verwaarloosd heeft: op de verbranding van koolhydraten en op 0verbruik; en deze berekeningen zijn ook geheel in overeenstemming met de calorimetrische proef. Men zou dus ook kunnen aannemen, dat juist de factoren van Rubner, waarop hij zijne berekeningen baseert, zonder grove fouten kunnen verwaarloosd worden. Is er betrekking tusschen het ademhalingsproces en de warmte-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 89

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's