1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21
17 is, maar trapsgewijze, door plotselinge veranderingen, al zijn het ook zeer kleine. In tegenstelling tot de variaties, die rechtlijnig voortgaande veranderingen zijn, gaan de veranderingen, die mutaties genoemd worden, in nieuwe richtingen. Zij gaan daarbij, zoover de ervaring gaat, „richtungslos" d. i. in de meest verschillende richtingen. Zij treden alleen van tijd tot tijd en, waarschijnlijk onder de werking van bepaalde oorzaken, periodisch op. De leer van de erfelijkheid van verworven eigenschappen is een deel van de variabiliteitsleer in engeren zin. Zij staat niet in betrekking tot de leer van het ontstaan der soorten. Evenmin kan de descendentieleer bij de discussie van sociale vragen ter sprake komen. De Vries ') verstaat onder mutaties zoowel de zoogenaamde sprongvariaties als de veranderingen, die hij bij Oenothera Lamarckiana gezien heeft. ïusschen beide categorieën van verschijnselen bestaat in zekeren zin een tegenstelling, maar toch is deze niet zoo scherp, dat beide niet mutaties zouden kunnen genoemd worden. Vooral in den tuinbouw spelen de sprongvariaties eene groote rol. In de prijslijsten der bloemkweekers komen jaarlijks vele nieuwigheden voor, waarvan een groot deel sprongvariaties zijn, meest onder de eenjarige planten voorkomend; b.v. variëteiten met gevulde bloemen, met witte bloembladeren, als deze anders gekleurd zijn, dwergvormen en velerlei andere soorten. Zij ontstaan slechts zelden; op een bed vertoont zich plotseling slechts een enkele plant met het nieuwe kenmerk. Wordt daaraan eene bepaalde waarde toegeschreven dan wordt deze plant door selectie gefixeerd, zooals men dat noemt. Wanneer men nu, zooals De Vries dat gedaan heeft, nagaat, hoe dit toegaat, dan blijkt spoedig, dat men hier met geheel iets anders te doen heeft dan met de selectie in den landbouw (zooals bij de suikerbieten b.v.). De zaden, die verkregen zijn van de plant, die het eerst veranderd is, zijn in groot aantal hybrieden, daar de moeder geheel omgeven was door niet afwijkende planten. Bovendien moet voor den handel eene voldoende hoeveelheid zaden aanwezig zijn. Daardoor wordt nu het doel bepaald bij de zoogenaamde flxeering. De zoogenaamde atavisten d. i. hybrieden worden eenvoudig gedurende den bloei uitgeroeid en verder de plant gedurende eenige jaren zonder verdere keuze gekweekt en wel zoo, dat genoeg zaden voor den verkoop verkregen worden. De geheele winst valt dus in het eerste jaar van den verkoop, want later kan ieder de zaden evengoed als zuiver leveren ') MoU, 1. o.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's