1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66
60
len en der dingen zich zou moeten baanbreken, daar bemerkt de mensch een nevel. Dan komen meeningen en hypothesen, en is het niet meer te verwonderen, dat de grootste tegenstrijdigheden opduiken. En daar is het ook van het standpunt des nauwkeurigen onderzoekers uit niet ongeoorloofd, zich, waar ons verstand en zeker oriënteeringsvermogen te kort schiet, door de hand eener hoogere Openbaring, die in de dogma's aangrijpt, te laten leiden, om zoo tot nieuw licht te geraken, waar ons eigen hcht te zwak werd. Een conflict met zekere resultaten van onderzoek is daar reeds daarom onmogelijk, wijl op dit terrein (de uiterste gebieden der kennis) niet dergelijke zekerheden, maar slechts meeningen en hypothesen te vinden zijn. Bijvoorbeeld de scheikundige doordringend tot de innerlijke natuur der atomen; de natuurkundige tot de natuur en het wezen van den ether; de sterrenkundige tot het wezen der gravitatie; de physioloog tot het wezen van het leven; de natuurhistoricus tot de oervormen of het ontstaan van het leven. Als het bij de exacte wetenschappen aldus gesteld is, hoeveel te meer nog bij de andere wetenschappen, waar combinatie, conjectuur en vrije conceptie ieder op zichzelf zooveel meer worden aangewend. Geen onderzoeker met eeno andere wereldbeschouwing kan zoo onbekommerd en veilig zich op alle terreinen van het onderzoek bewegen, zich met alle onderzoekingen inlaten, als de katholieke, zonder eenige zorg om ooit op eene waarheid te stuiten, die de katholieke dogma's weerspreekt, want hij onderzoekt en werkt met de heldere en zekere overtuiging, dat hij nooit of nimmer op een vaststaand, zonder twijfel bewijsbaar, resultaat kan neerkomen, dat hem vanwege zijne godsdienstige meeningen ook maar onaangenaam zou kunnen zijn. De leuze: „vrije wetenschap" is zeer vaak misduid geworden. Er is geen vrijheid der wetenschap tegen over de erkende waarheid; evenmin om valsch en waar te noemen, wat haar goed dunkt. Bij het wetenschappelijk bedrijf heeft de onderzoeker de vrijheid, die meeningen, hypothesen, theorieën en systemen te stellen en te verkondigen, die hij wil, en die methoden van onderzoek naar beheven aan te wenden, die hem tot zijn doel dienstig schijnen. Moet de onderzoeker zich dan niet aan de uitspraak van de bevoegde kerkelijke autoriteit onderwerpen? Hij kan zich daarmede in tegenspraak stellen, maar wanneer hij haar erkent, dan maakt hij slechts gebruik van zijn, hem door het beginsel der wetenschap gewaarborgd, recht, om eene meening naar believen te laten varen. Dit is zijn vrije wil, gelijk het die van andere onderzoekers is, hunne inzichten op grond van de uiteenzettingen van anderen op te geven of niet. Een apart hoofdstuk vormt „de heerschzucht der Theologen-scholen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's