Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 87

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 87

3 minuten leestijd

81 In de eerste periode dezer proeven stelde men zich,op het door de chemie ontwikkeld elementen-standpunt en nam de verbinding van koolstof en waterstof in het dierlijk lichaam als bron der ontwikkelde warmte aan. Liebig corrigeerde dit standpunt door aan te nemen, dat in het dierlijk lichaam niet C en H, maar voedingsstoffen, koolhydraten en vetten verbrand worden, daarom werden nu de verbrandingsstoffen der voedingsstoffen berekend. Toch wordt het elementen-standpunt nog niet op zij geschoven, wat de zuurstof betreft; men neemt aan, dat O zich met de voedingsstoffen direct tot COa en H2 O verbindt. Men meent, dat de actief verbrandende O alleen uit de atmosfeer zou komen. Maar de stofwisseling der dieren bestaat niet in een omzetting van C, H en O in anorganischen, d. i. elementairen vorm, maar in de omzetting van zeer gecompliceerde organische stoffen. Het O-verbruik en de GO2vorming zijn niet direct met elkaar in verband. De O-opname en de COa-vorming zijn eindschakels in een geheelen keten van processen. Er kan vermeerderde O-opname zonder gelijktijdige vermeerdering der COJ-vorming of omgekeerd zijn. Dit zal in het respiratorisch quotient duidelijk worden. Men kan nooit direct uit het afgescheiden water het door verbranding gevormde water bepalen. Zou er in de plaats van het water in de oeconomie van het dierlijk lichaam sodawater komen, dan zou ook de afgescheiden COa alle waarde voor het probleem van het dierlijk metabolismus verliezen, die reeds ook daarom zoo gering is, omdat in 't dierlijk lichaam hoeveelheden CO2 gevonden worden, die niet gecontroleerd kunnen worden. Het feit van het ongewoon lage respiratorisch quotiënt in vele toestanden van het organisme (zoogdieren in winterslaap, in den slaap en bij pasgeboren kinderen, voornamelijk in den winter) is door de hypothese van de directe oxydatie der voedingsstoffen (van weinig physiologischen zin getuigend) zeer moeilijk te verklaren, ook wanneer men tot de hulphypothese van een directe vorming van koolhydraat uit vet zijn toevlucht neemt. Want dit beteekent eigenlijk niet meer dan dat in 't organismus O rijker verbindingen kunnen gevormd worden, die in 't lichaam teruggehouden worden. Wat feitelijk gebeurt kan zonder elke hypothese zoo uitgedrukt worden, dat in zulke toestanden, waarin het O-verbruik de COp-uitscheiding belangrijk overtreft, zuurstofophooping in het dierlijk lichaam in een of anderen vorm plaats vindt, daar de meening, dat de meer verbruikte O voor watervorming dient, problematisch is en niet te controleeren. Men kan van een verbranding der voedingsstoffen in het organisme en eveneens van een vorming van koolhydraat uit vet, of omgekeerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 87

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's