Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 86

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 86

2 minuten leestijd

80

Het energieprincipe in de physiologie.') Robert Mayer ging van physiologische beschouwingen uit bij het vaststellen van het beginsel van het behoud van energie, maar hij bepaalde zich in zijn eerste verhandeling tot het bewijzen van dit principe in de anorganische natuur. Het anorganische is hem hoofdzaak geworden; hij zocht van uit het terrein der physische wetenschap op 't gebied der physiologie vasten voet te krijgen. Want, zegt hij, indien de zaak van physischen kant niet vaststaat, dan zouden de meest plausibele physiologische denkbeelden, die men daarop wilde baseeren, slechts zeepbellen zijn. In de eerste verhandeling worden de begrippen substantie en causahteit op den voorgrond geplaatst (e nihilo nil fit, causa aequat effectum). Ook in de tweede verhandeling staat de logische bewijsvoering op den voorgrond. Mayer beroept zich op de wet van den logischen grond, die den natuuronderzoeker noodzaakt, het werk met het verbruikte in causaalverband te brengen. Hier echter zoekt hij het logisch ontwikkelde principe ook empirisch te bewijzen; hij beroept zich op de denkwetten en op de ervaring. Dit bewijs is hem op het gebied der physica door de berekening van het mechanische warmteaequivalent, op grond der experimenten van Gay-Lussac, volkomen gelukt. TerwJLJl hij aldus vasten voet gekregen had in de physica, waagde hij zijne schrede te richten op het gebied der physiologie. Hij redeneert als volgt. De zon is de bron van de energie, die over onze aarde uitstroomt. De plantenwereld vormt een reservoir, waarin de vluchtige zonnestralen gefixeerd en neergelegd worden tot vruchtgebruik. Evenals de planten geen materie verwekken, maar alleen verand'eren, zoo doen zij 't ook met een kracht. Deze waarheid is meer a priori duidelijk dan door proeven, die geen objectie zouden toelaten, in de speciale gevallen te bewijzen. Het blijft dus als axioma vooropgesteld. Mayer wilde in de speciale gevallen de geldigheid van het energieprincipe bewijzen en zijne onderzoekingen baseerden zich op de verbrandingstheorie van Lavoisier, maar tot heden toe is dit bewijs niet geleverd. Sedert Lavoisier tracht men door experiment vast te stellen de vergelijking tusschen de warmte, die door een dier in een bepaalden tijd afgegeven wordt en de warmte, die door exothermalo stofwisseling in zijn lichaam vrijgekomen is. ') Naar Dr. F. Mares (Praag) in Biol. Centralblatt. Bd. XXÏI.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 86

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's