1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 69
63
niet in staat is hen voor geweldpleging te beschermen. Indien aan de voorwaarden, door den geleerden schrijver gesteld, voldaan is geworden, dan zal er toch bitter weinig verschil zijn in de resultaten van deze Katholieke Universiteit en elke andere Universiteit. Telkens toch verneemt men, dat die verschillen eerst komen bij de uiterste gebieden onzer kennis, waarbij het niet -mogelijk is verder door te dringen. Zij liggen op die grensgebieden, waar de volledige kennis, het doordringen der waarheid, door het onderzoek alleen, den menschen ontzegd is en ontzegd zal blijven. Practische resultaten, voortvloeiende uit die beschouwingen, zijn dus niet te verwachten. En het overige is gemeenschappelijk gebied, zoodat men daar genoeglijk naast elkaar kan leven. Het kan zijn nut hebben hier op twee punten te wijzen, wat ik vioeger uitvoeriger deed in: „Samengaan en scheiden". In de eerste plaats op het feit, dat niet-biologisch of -natuurphilosophisch ontwikwikkelde geleerden vaak in het eene uiterste vervallen door namelijk te veronderstellen, dat bij alle dingen zou blijken, dat er verschil was tusschen christelijke en niet-christelijke geleerden. Om een plastisch voorbeeld te noemen, dat het zou uitkomen bij het aanleggen van een gipsverband door een geloovig of niet-geloovig arts. In de tweede plaats, dat biologisch en natuurphilosophisch ontwikkelden meenen, dat het gemeenschappelijk gebied zoo groot is, dat men feitelijk weinig aandacht behoeft te schenken aan de verschillen bij christenen en niet-christenen. Het blijkt duidelijk, dat Hofraad Pernter bij de laatste categorie moet ingedeeld worden. Wanneer hij dan ook gaat opnoemen, waarbij geen verschillen aanwezig zullen zijn of iemand een Katholiek geleerde is of niet, dan zullen verschillende punten kunnen toegegeven worden, maar tegen andere ernstige bedenkingen kunnen ingebracht worden. Zijne geheele opvatting trouwens van vrij onderzoek en vrije wetenschap mist het principiéele, dat daarin bestaat, dat geen van beide Vlij zijn, noch de geloovigen noch de ongeloovigen. In stede van dit te poneeren tiacht de schrijver juist alles bijeen te verzamelen, om aan de niet-Katholieken te bewijzen, dat de Katholieken, evenals zij, ook aan vrij onderzoek en vrije wetenschap doen. Ik heb hier met opzet niet het woord tegenstanders gebruikt, omdat ik werkelijk niet inzie, waarin dan wel de verschillen bestaan. De niet-geloovigen zullen immers zeggen: ge kunt denken over de uiterste grensgebieden onzer kennis wat ge wilt, wij zullen als ge geen andere principes laat gelden, u daarom niet voor niet-wetenschappelijk houden. Juist de belijders van het agnosticisme, dat vele aanhangers telt onder de geleerden, zullen zich daarbü opperbest kunnen gevoelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's