1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 51
45 Ter wille van de erfzonde, die niet physisch is, maar alleen ethisch, stelt daarom Bavinck „de foederale eenheid" op den voorgrond. Adam als stamvader is niet genoeg, hij moet ook wezen verbondshoofd van het menschelijk geslacht; aldus eene moreele eenheid aannemende, die er volgens Daubanton niet is. Om de kracht van argumenten wil ik pag. 142—143 woordelijk weergeven. Eindelijk Bavinck's derde overweging! Eerst de „charge" tegen de Luthersche escadrons. De Luthersche theologie bekommert zich weinig om de bestemming van den mensch. Adam had alleen over te leveren wat hij had. Traducianisme is daartoe voldoende. De roomsche en gereformeerde theologie daarentegen vinden de bestemming des menschen in de hemelsche zaligheid. Deze is alleen te bereiken in den weg der zedelijke gehoorzaamheid. God heeft de beslissing in deze zaak voor het menschelijk geslacht in de handen van Adam gelegd. Daarom kwamen beiden — roomsche en gereformeerde theologie — tot het creatianisme. Hoe adstrueert hij nu dit zijn beweren? Ik volg zijn betoog maar op den voet. Telkens geef ik tusschen haakjes aan de moeilijkheden waarop ik stuit. Helder v^nd ik zijne redeneering lang niet altijd. „Daartoe" — n. 1. tot het bereiken van 's menschen bestemming langs den weg der zedelijke gehoorzaamheid - ,was noodig èn dat alle menschen in het verbondshoofd Adam begrepen waren" (maar dat waren zij volgens het creatianisme juist niet, immers niet wat hunne pneumatische ziel betreft) „èn dat zij tegelijk zelf personen, individuen, menschen bleven met zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Physische afstamming alleen zou gemaakt hebben, dat de zonde, die wij uit Adam kregen, een lot ware, een natuurproces, eene krankheid, die buiten onzen wil en dus buiten onze schuld omgaat." (Maar is dan de instorting van de rein geschapen ziel in het lichaam en de imputatie van Adam's zonde niet eveneens haar lot, buiten haren wil en dus buiten hare schuld omgaande?) Intusschen geeft Dr. Bavinck aan het creatianisme deze eere: „En zoo handhaaft nu het creatianisme dat ieder mensch een organisch lid is van het groot geheel" (wat niet zoo is, daar volgens deze t'heorie de ziel telkens van buiten in het lichaam wordt ingeschapen) ,en tegelijk, dat hij in dat groot geheel eene eigene, zelfstandige plaats inneemt" (wat evenmin zoo is, daar volgens de theorie de ziel terstond, krachtens de imputatie als zondig optreedt). ,Het houdt vast de eenheid van heel het menschelijk geslacht" (alleen wat het somatisch bestaan betreft!) „en tegelijk de zelfstandige beteekenis van ieder individu. Menschen zijn geen exemplaren, geen nummers van een soort, ze zijn ook geen los naast elkaar slaande individuen gelijk de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's