1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 155
149 De normale eigenschap is: De anomalie is: I. actief. latent. IL actief. semilatent. III. beide houden elkander ongeveer in evenwicht. IV. semilatent. actief. V. latent. actief. Misschien zijn meer gevallen mogelijk maar daarvoor zijn nu nog geen feiten aanwezig. I is de normale oorspronkelijke soort, V een van haar afgeleide, weinig variabele en constante variëteit. De vraag is of IV in de natuur voorkomt. II en III noemt De Vries tusschenrassen. II halfwas (met halve curve) en III middelras (ras hier erfelijke vorm). Halfrassen en middelrassen zijn er in groot aantal, de eerste leveren een zeer gewichtig deel van het teratologisch materiaal en vnl. zijn zij bijzonder geschikt voor experimenteele teratologische studiën. Ditzelfde geldt voor vele middelrassen. De sterke fluctuatie van het middelras, het bij toeval vinden in de natuur of bij cultuur, het verkrijgen van nieuwigheden door isoleering en teeltkeus geven de verklaring der verschijnselen, die Darwin op dit gebied tot zijn meening over de langzame verandering der soorten leidden. Toch meende men, dat het begin van dit proces in de variatie van een oudere eigenschap te zoeken zou zijn, terwijl in werkelijkheid de ter sprake komende variatie van het fluctueeren der oudere eigenschappen onafhankelijk is. Men zou zich het ontstaan van een constante variëteit of van nieuwe soorten wel zoo kunnen voorstellen, dat men aanneemt, dat eerst uit de zuivere soort een halfras, dan uit deze een middelras en verder de nieuwe constante vorm zou ontstaan. Hiervoor zijn echter geen feiten aanwezig, vnl. ontbreken er zeer talrijke gevallen van tusschentrappen geheel. Trifolium pratense quinquefolium is een middelras. In 't begin werd zulk een plant gevonden, die echter, zeker ten gevolge van slechte voeding gedurende verscheidene generaties, slechts weinige 4—6- en geen 6—7-schi]vige bladeren vormde. Door betere cultuur en steeds de besten te kiezen, alzoo de toevalHg het best gevoede individuen, gelukte het in eenige weinige generaties het ras tot normale vorming met 4—7schijvige en vnl. 5-schijvige bladeren te brengen. Reeds na 4- en 5malige teeltkeus gaf zij ook maximale varianten, waarvan de meeste bladeren 7-schijvig waren, gelijktijdig vormde zij ook in de 7'^ generatie nog „atavisten", wier curve „auf drei Spreiten gipfelte". Dezg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's