1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 114
108 stalen van de wilskracht, die door de gehoorzaamheid zoo bevorderd wordt. De jongeling reeds, maar bovenal de volwassene, profiteert telkens weer van het zaad in de jeugd gestrooid, al herinnert hij zich niet meer het aantal malen, dat hij zoo gaarne anders zou gewild hebben, maar door gehoorzaamheid het goede deed. Wie gehoorzaamheid wil, wil ook tucht. Bij de tucht vooral lijkt mij stuurmanskunst een eerste vereischte. We zullen nu niet nagaan, op welke wijze de tucht zal geschieden; de verschillende manieren zijn legio, maar ook hier zal individualiseeren de hoofdzaak zijn. Men kan principieel niets hebben tegen het staan op de bekende plaats en het toch bijna nooit toepassen; voor den een zal het uitnemend werken, voor den ander dit juist niets baten. Tuchteloosheid en ongebondenheid zijn factoren, die in aanmerking komen, wanneer men nagaat de oorzaken van het zenuwlijden. We hebben reeds gesproken van oefening, ook de remming heeft een groeten invloed. Dit heeft vooral waarde op het gebied der affekten. Een kind, dat een losse melktand heeft en zich verzet tegen het trekken, dit steeds wil uitstellen met het oog op de toekomstige pijn en, wanneer dit, op verstandige wijze ingeleid, toch gebeurt en daarbij moord en brand schreeuwt, moet daarin tegengegaan worden. Ik koos dit voorbeeld, omdat hierbij geen sprake kan zijn van een heftige pijn, en de wanverhouding tusschen het onlustgev-oel en het zich uitend affect moet bestreden worden. Evenmin mag het worden toegelaten, dat een kind door een tegenslag, het breken van een stuk speelgoed door een ander b.v., daarover langen tijd achtereen in een slecht humeur blijft. Nog erger is het, wanneer de kinderen hun toorn op verschillende wijze tot uiting brengen en, zooals wel voorkomt, waar de ouders principieel tegen slaan der kinderen zijn, deze zelf hunne handen tegen de ouders opheffen. Trots en eigenzinnigheid, kwaadspreken en lasteren, het zich verhoovaardigen op eigen rijkdom of stand, het zijn slechts grepen uit de verschillende eigenaardigheden, die men aantreft en die door de opvoeding zooveel mogelijk moeten getemperd worden. Of we hier de bron kunnen vinden in een navolgen der ouders en een afluisteren van hunne tafelgesprekken, de ervaring leert het maar al te vaak. Het spoedig schrikken, het bevreesd zijn om in het donker te zijn, de angst voor het onweer, ook de verlegenheid moeten zooveel mogelijk door geschikte middelen tegengegaan worden. Ook de slechte gewoonten: nagelbijten, duimzuigen en wat dies meer zij, moeten bestreden worden. Alleen moet daartegen gewaarschuwd worden, dat die „slechte gewoonten" soms de verschijnselen kunnen zyn van een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's