Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 92

Bekijk het origineel

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 92

3 minuten leestijd

86 werking der diuretica evenmin een bewijs voor de secretietheorie. Slechts twee bezwaren worden in 't midden gebracht (pag. 411). , Tegen het eerste bezwaar brengt Hamburger zelf overwegende bezwaren in, zoodat dit is vervallen. Dit bezwaar toch, door Starling aangevoerd, luidde: dat een krachtige bloedstroom, tengevolge van de injectie der diuretica, oorzaak is van de diurese. Hiertegen voert Hamburger aan, dat al zijn de vaten te voren maximaal verwijd, dan toch nog diurese volgt na de injectie, en dat zelfs bij een druk lager dan die waarbij nog filtratie mag ondersteld worden, evenzeer nog diurese plaats kan grijpen. Het tweede bezwaar door Sobieranski geopperd, is het volgende: Aan de mogelijkheid moet gedacht worden, dat door de diuretica het epitheel der tubuli zwelt, en dat tengevolge dier zwelling de resorptie moeilijker wordt. Doch ook dit bezwaar vervalt als aangetoond kan worden, dat de tubuli niet resorbeeren doch secerneeren. Nu is uit niet ééne proef gebleken dat resorptie plaats grijpt, wel het tegengestelde. Gurwitz inzonderheid heeft dit nagegaan. Hij toch onderbond de V. advehens, d. i. de tak die de tubuli verzorgt, en nu besloot hij aldus: Indien de tubuli resorbeeren, dan zullen ze dit thans niet meer kunnen doen, en bijgevolg moet er dan meer urine opgevangen kunnen worden. Het resultaat der proef was zelfs: „minder urine",! en het besluit dus gewettigd, dat de tubuli in geen geval resorbeeren. Dat de cellen der tubuli door de V. advehens verzorgd werden, bleek hieruit, dat de cellen zich niet kleurden, als de kleurstoffen na de afbinding der vena, in de bloedbaan waren ingespoten. Op een drietal punten wijst H., waardoor menig punt duidelijker zou worden. 1". Rondom de glomeruluskapsel zijn eveneens bloedvaten, waaraan men echter tot dusverre geen bijzondere functie toekende. Deze nu zouden volgens H. denzelfden invloed hebben op de intra-capsulaire ruimte van den glomerulus als de bloedvaten om de sereuse holten. Door filtratie uit de capillaria zou de glomerulus-ruimte met een eiwitvrij plasma gevuld worden, met geringe osmotisch vermogen en zoo zou door het eiwitrijk bloed buiten den kapsel weer opname van vocht plaats grijpen. 2. herinnert H. dat 't geen eigenlijke filtratie is maar transudatie, daar ook diffusie plaats grijpt, tusschen hec gefiltreerde en het Altrans. 3. wijst H. er op dat COJ de niercellen doet zwellen, zooals proeven buiten het lichaam bewezen. Het resultaat bij veneuse stuiving verkregen, zou toe te schrijven zijn aan deze zwelling. Om met het laatste te beginnen weten we, dat het leven der cel, dus ook hare

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 92

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's