1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 79
75 Wat beteekent eigenlijk het gebed, wat is zijn wezen? Het gebed is volstrekt niet alleen een vragen, en niet in de eerste plaats een vragen; maar evenzeer en vooral eene verheffing onzer ziel tot God; een dank en lof. Hem ter eere, een tehillim; een drang tot gemeenschapsoefening met onzen Vader. Ons gebed mag daarom niet egoïstisch zyn, maar steeds de eere Gods bedoelen. Wij mogen bidden om alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, mits niet vergeten worde er bij te zeggen: „Uw wil geschiede!" Het gebed is voorts — en dit is het wat ons hier belang inboezemt — eene gave en tevens eene werking Gods; 't behoort tot de goede gaven, of eigenlijk de volmaakte giften, die allen van Boven komen. „Van God zijn alle dingen Van U o God alleen; Van U de zegeningen, O Hoorder der gebeên!" ") Nadat God de wereld geschapen had, heeft Hij ze niet maar aan haar lot overgelaten, m.aar Hij stiert en regeert ze krachtens Zijne voorzienigheid naar Zijnen heiligen wil, zóó dat niets geschiedt zonder zijne ordinantie. God waakt over zijne schepselen met een vaderlijken zorg, „zoodat niet een haar van ons hoofd en niet één vogeltje op aarde vallen kan zonder Zijnen wil." „De almachtige en alomtegenwoordige kracht van God, door welke Hij hemel en aarde, misgaders alle schepselen, als met Zijne hand nog onderhoudt en alzoo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij geval, maar van Zijne vaderlijke hand ons toekomen." (Heidelb. Catech., Antw. 27). Maar niet alleen alle dingen komen ons toe van God, doch ook de goede gedachten worden ons van Hem ingegeven. „De mensch kan niets hebben, tenzij het hem gegeven zij van den Vader." Uit ons zelven zijn wij onbekwaam tot eenig goed, onbekwaam iets te denken; al onze bekwaamheid is uit God. „Zonder Mij kunt gij niets doen." Zoo hebben wij ook het waarachtig gebed als eene gave, als eene werking Gods te beschouwen. Uit ons zelven zijn wij tot bidden onbekwaam. Onze zondige natuur wil daar niet aan. Onze wil werkt daartoe niet meê. God werkt het willen en volbrengen, ook des gebeds, als zedelyke daad in ons. Gezondheid en ziekte van lichaam en ziel, ons wezen en welwezen, komen dus maar niet toevallig, maar worden ons van God toebedeeld. Evenzoo is de gebedsbeweging
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's