1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 33
29 om weg te loopen, en, wat ons hier bijzonder interesseert, hij heeft geen vrede meer met den christelijken godsdienst in het algemeen en met de gereformeerde leer in het bijzonder. Een God die hem en met hem vele anderen in de ellende brengt en laat, is een wreed wezen, kan zijn God niet zijn. Patiënt kan van wat hij vroeger geloofde niets meer aannemen. Hij verkeert in algeheelen opstand tegen God. Deze periode des ongeloofs en opstands heeft verscheidene weken geduurd, totdat zij allengs is verdwenen, om plaats te maken voor het oude geloofsvertrouwen en eene opgewektere gemoedsstemming en levensbeschouwing, zonder dat daar een nieuw acces tusschen kwam. Tegelijk verdwenen de lastigste der somatische verschijnselen: hoofdpijn, de pijnen in de beenen en armen, de trekkingen, de parese der beenen, de slapeloosheid. De anaesthesie is onverminderd blijven voortbestaan. Zondei patient tot de geloovigen te durven rekenen, nam hij als te voren de stellingen der gereformeerde geloofsleer weer „with all his heart" aan. Wij herinneren dat de hysterie eene hersenziekte is, en al wordt zij tot de functioneele neurosen gerekend, toch zonder twijfel een materieelen achtergrond heeft. Casus IV. Een zeer beklagenswaardig geval. Het betreft iemand die vóór anderhalf decennium door allen die hem kenden voor een geloovig christen, een verstandig man en een fatsoenlijk burger werd gehouden. Hij was een sieraad der kerk en der maatschappij. Uit den eenvoudigen stand voortgekomen, had hij door vlijt, energie en doorzicht het zoo ver gebracht dat hij in goeden doen was. Circa vier jaar geleden begint er eene wending in zijn christelijk en maatschappelijk leven te komen. De man breidt zijne zaak zoo uit, dat de wereld er zich over verbaasde en zijne kennissen en zijne familie er niets van begrepen. Tot dusver had hy zooveel doorzicht in zijne ondernemingen getoond en deze met zooveel succes geleid, dat men zijne nieuwe grootsche plannen niet als vermetelheid mocht aanzien. Toch bleek spoedig dat de zaak niet gezond was. De man deed zulke grootsche ondernemingen, zulke gekke koopen, kocht en verkocht blijkbaar zonder oordeel; hij liet een huis als een kasteel bouwen, oneindig ver boven zijn stand, dat de familie begreep te moeten tusschen beiden komen. Het was in die periode der ziekte dat de man, op wien de wereld tot dusver geen vlek of rimpel heeft kunnen aanwijzen, op paederastie betrapt werd, zoodat de politie er in betrokken is geworden en hij uit zijn kerkelijk ambt en zijn gemeentelijke eerepost ontzet zou zijn geworden, hadde hij niet tijdig ontslag aangevraagd. Niet lang daarna traden andere ziekteverschijnselen op. De man legde overal bezoeken af, gaf hoog op van zyne groote zaken, „de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's