1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 39
35 en de menschheid in betrekking staat en macht heeft over 's menschen wel en wee, maar op welks reëel bestaan de gegeven werkelijkheid, d. i. de gansche wereldorde zelfs berust. De zedelijkheid is eene ideeële abstractie, terwijl religie op zelfstandigheid aanspraak maakt. Dit de religie emaneert de moraal. Zooals God is, is zijne wet. God is de gepersonifieerde, levende moraal. Toepassing van het afhankelijkheidsgevoel, van onderworpenheid aan God als Schepper, Onderhouder, hoogste Wetgever der wereld, in de praktijk des levens, is religie. Hoe wordt de mensch godsdienstig en zedelijk? De grondslag der religie is kennis — kennis van tweeërlei — van Gods Woord en van de natuur, welke beiden God gegeven heeft om Hem te leeren kennen. Derhalve perceptie, voorstelling, associatie z^n de onmisbare grondslagen der religie. „Hoe zullen zij gelooven, indien zij niet gehoord hebben?" Maar religie is niet alleen kennis, maar is meer. Wat is een oprecht geloof? De Heidelberger luidt: „Niet alleen een zeker weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd, wat ons God in zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een zeker vertrouwen hetwelk de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken zij uit loutere genade, alleen om de verdiensten van Christus." Dus behalve kennis, is voor het individueel geloof noodig vertrouwen, dat de door Christus aangebrachte zahgheid ook mij geldt — niet om mijne verdiensten, maar om die van Christus. Nu, deze psychologische actie gaat ook weder niet buiten mijne kennis om. Zij is tevens eene eigenaardigheid van mijn wezen, om die zaligheid gaarne deelachtig te zijn. Het bewustzijn van die genade van Christus wekt een positieven gevoelstoon in mij wakker, en daar de gevoelstoonen en stemmingen mijne ideeënassociatie en mijne handelingen, die voorzoover zij bewust geschieden, niets dan uitvloeisels dier associatie zyn, beheerschen, ook een affect. Zoo worden mijne genegenheden veranderd; miin gevoelstoon wordt een positieve; de liefde w^ordt de hoogste moraal en mijn wil wordt ten goede gekeerd. Het gevoelsvermogen, dat de oude psychologie als een zelfstandig en de wil die zij als een zich zelf determineerend vermogen van den geest verklaarde, zijn voor ons niet meer dan associatieve derivaten. Die associaties worden levendig, die op een gegeven moment de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's