1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 16
12 leende macht, m. i. pleit toch deze handehng vóór het gebruik van geneesmiddelen. Hier kan ook nog genoemd worden, de raad van Paulus aan Timotheus, om niet langer water alleen, maar ook een weinig wijn te gebruiken, om zijne maag en veelvuldige zwakheden. Hier wordt de wijn toch niet als voedingsmiddel en ook niet als genotmiddel, maar als geneesmiddel aanbevolen; en in elk geval heeft Paulus niet gezegd: gij behoeft niet krank te zijn; als gij slechts geloof hebt, dan verdwijnen al die krankheden en zwakheden onmiddellijk. In 2 Tirnotheus 4:20 vinden wij deze eenvoudige aanteekening: Troftmus heb ik te Milete krank gelaten. Wij vinden daarin niets vreemds en denken er niet aan daar een bewijs in te zien, dat Paulus geen geloof had, of Trofimus geen geloof had, of dat het tegen hun geloof of tegen hun gebed getuigde, dat zeker voor zijne genezing opgezonden is, dat Paulus hem aldus moest achterlaten. Uit de wijze, waarop deze zelfde apostel schrijft in zi]n brief aan de Pilippensen over de krankheid van Epafroditus blijkt wel, dat Paulus vreesde, dat deze krankheid ten doode zou zijn, en in 't geheel niet, dat hij tegenover die krankheid gestaan heeft als iemand, die de zekerheid had, dat God haar zou wegnemen, en zoo God dit niet deed, zulks te wijten zou zijn, aan zijn gebrek aan geloof. Voorzeker mag gezegd, dat het hier uit de Schrift aangehaalde voldoende kan worden geacht, om te bewijzen, dat de Heilige Schrift over geneesmeesters en geneesmiddelen spreekt als over iets, wat blijkbaar zeer gewoon is, en dat wel allerminst op afkeurende wiize. De weinige schriftuurplaatsen, waarop de aanhangers der gebedsgenezing zich beroepen, baren dan ook meest geen exegetische moeilijkheden. In de eerste plaats dan de uitspraak in Jesaja 51, dat de Heere Jezus onze krankheden op Zich genomen heeft. Alle krankheid, zoo redeneeren ze, is eene straf voor de zonde. De Heere Jezus heeft als onze Borg en Middelaar, alle straffen, dus ook de lichamelijke krankheden voor ons gedragen. Daarom behoeft een Christen nooit krank te blijven, want Christus is ons ook tot gezondmaking van het lichaam gegeven. Evenals er daarom van Christus, toen Hij op aarde rondwandelde, eene gezondmakende kracht uitging, waardoor die kranken genezen werden, zoo behoeft men ook nu slechts door het gebed tot Hem te gaan, om beter te worden. Deze gedachte ') heeft bij den eersten oogopslag iets, dat aantrekt
') Zie Dr. H. H. Kayper 1. o. No. 584.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's