Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 9

Bekijk het origineel

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 9

2 minuten leestijd

5 ook de tegenstanders van den eed dit doen, wanneer zij ons uit Jakobus voorhouden: „Zweert niet." Voorop sta hier echter, dat deze wijze van bijbellezen niet de ware kan zijn. Men kan ons dan even goed voorlezen: „Bidt zonder ophouden", en daarmee al het andere, wat in de Schrift geboden is, als niet geschreven beschouwen. Voor onze kantteekenaren was de zaak, zooals Jakobus die voorstelt, zeer eenvoudig. Onder het krank zijn verstaan zij hier wel een lichamelijk ziek zijn, maar bij de ouderlingen zeggen zij: nl. die de gave hebben van gezondmaking door wonderen, welke toen aan sommige leeraren en ouderlingen gegeven werd. Zij verwijzen hierbij naar 1 Corinthe 12:9, waar we lezen over de gaven: En een ander het geloof, door denzelfden Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door denzelfden Geest. Waren de aanhangers van de genezing op het gebed het met deze uitlegging eens, dan hadden zij nog slechts te bewijzen, dat die gave der gezondmaking ook tegenwoordig nog bestaat, en zij hadden hun pleidooi gewonnen. Nu is men over deze zaak echter nog lang niet tot klaarheid gekomen. Van de geleerden, die zich in den laatsten tijd over deze zaak uitspraken, noemen wij in de eerste plaats Dr. H. H. Kuyper. ') Als historicus van naam beweert deze, „dat in de 2*« eeuw na Christus deze gave allengs is uitgestorven. De Christelijke Kerk heeft dit betreurd; men heeft, het is te begrijpen, geworsteld, om deze gave, waardoor zooveel leeds werd voorkomen, te mogen behouden, maar het heeft niet gebaat. Het geslacht dergenen, die deze gave bezaten, stierf allengs uit, en er stonden geen anderen in hunne plaats op. Dit was niet te wijten aan het gebrek aan geloof, maar aan het vrijmachtig bestel van dien God, die geeft en neemt naar Zijn welbehagen. En de Kerk van Christus heeft daarin met ootmoed en onderwerping leeren berusten. Met Calvijn moet zoo beslist mogelijk worden uitgesproken, dat de gave der gezondmaking niet meer bestaat." Uit eene met Z.Hooggeleerde gevoerde correspondentie bleek ons, dat deze meening ook thans nog wordt staande gehouden. Een andere meening vinden wij verdedigd door Dr. A. Kuyper in: „Het werk van den Heiligen Geest."

') Dr. H. H. Kuyper, in de „Friesehe Kerkbode" N". 586 van 1899,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 9

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's