1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 22
18 Wij meenen, dat hier geen ander gebed bedoeld wordt dan dat, waarvan onze Catechismus leert, dat daartoe behoort, dat wij dezen vasten grond hebben, dat Hij ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus' wil, zekerlijk wil verhooren, gelijk Hij ons in zijn Woord beloofd heeft. De aanhangers van de gebedsgenezing maken van dit gebed iets geheel bijzonders, iets waarmee men zich heeft toegerust en waarvan men zich te bedienen heeft, om iets onaangenaams te verdrijven. Kort samenvattende, komen wij alzoo tot de volgende stellingen: 1. Wanneer de aanhangers der gebedsgenezing zich beroepen op Jakobus 5:14, 15 en 16, om daaruit de gebedsgenezing te verdedigen, vergeten zij, dat één schriftuurplaats nooit mag worden geljruikt, om, wat de Schrift overal elders leert, te weerspreken. 2. Het verbod om geneesmiddelen te gebruiken of een arts aan het ziekbed te laten halen, is in de Schrift nergens te vinden. 3. De Bijbelschrijvers gan,n overal uit van de gedachte, dat dit gebeurt als iets, dat behoort te gebeuren. Dr. P . WiERINGA.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's