1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 18
14 Apostelen verricht. Zij zijn niet alleen eene bevestiging van hunne zending, om de ongeloovigen te overtuigen, maar ook een steun voor het geloof. God de Heere heeft in den aanvang der Christelijke Kerk eene voorproef geschonken van de heerlijkheid, die eens ons wacht. Onze hope is niet ijdel, want Christus heeft klaarlijk getoond, dat Hij de macht bezit om ziekte en dood te overwinnen bij een iegelijk, die in Hem gelooft. Maar waar dat bewijs eenmaal geleverd was, waar de Christelijke hope in de wonderen van Christus een vast fundament bezat, daar verviel de noodzakelijkheid, om deze wonderen voort te zetten, ja daar zou de Christelijke hope ophouden hope te zijn, wanneer de volle erfenis ons nu reeds was geschonken. Ja nog sterker, zelfs in den tijd der wonderen, toen God de Heere op het gebed deze genezing werkte, was het volstrekt niet waar, gelijk Ds. Hazenberg beweert, dat God op het gebed des geloofs lederen kranke genas en het gebruiken van geneesmiddelen daardoor buitengesloten werd. Dat Mirjam Is genezen op het gebed van Mozes, en de Israëlieten In de woestijn door het zien op de koperen slang, bewijst ons alleen, wat de Heere in bepaalde gevallen door wonderworking kan doen, maar toont ons geenszins zijnen wil in het algemeen. Ten nadeele van geneesmiddelen wordt ons hier niets geleerd, alleen bewezen, dat de Heere niet aan eenig geneesmiddel is gebonden. Dat de aanhangers der gebedsgenezing zich op de genezing van Hiskia beroepen, is ons niet recht duidelijk. Wel wordt tot dezen koning gezegd: Ik heb uw gebed gehoord. Ik heb uwe tranen gezien, Ik zal u gezond maken; maar tevens was tot Jesaja gezegd: neemt eene klomp vijgen. En zij namen ze en zij leidden ze op de zweer, en hij werd genezen. Hier vinden wij juist bewezen, wat zij ontkennen, dat men het middel moet aanwenden en daarvan heil verwachten op het gebed. — Om in dezen klomp vijgen slechts een teeken te zien, gelijk Hazenberg dit ook wil zien in het baden van Naaman in de Jordaan, vindt in de Schrift geen grond. Dat het verhaal, van de bloedvloeiende vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had, van wie wij vinden opgeteekend, dat zij veel van de medicijnmeesters geleden had, en al het hare daaraan ten koste gelegd had en geene baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was, het aanwenden van geneeskundige hulp zou verbieden, zooals de aanhangers der gebedsgenezing leeren, achten wij geheel ongerijmd. Zonder daarover ook maar iets te zeggen wordt deze vrouw, die zeker bij de menschen ongeneeslijk mocht worden genoemd en bij wie wellicht nog de wet van het non nocere was overtreden, door "s Heeren wondermacht genezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's