Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66

Bekijk het origineel

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66

2 minuten leestijd

62

enz. Ook hier ontwikkelden zich normale kiemblazen uit de deelingsstukken, hieruit weer gastrulae, die alleen de halve grootte van den normalen embryonalen vorm hadden; men kon zelfs oudere embryo's met chorda, zenuwhuis en ursegmenten kweeken. Zoo kwam Driesch er toe in zijn eerste phase de noodzakelijkheid van een teleologisch standpunt in de biologie aan te nemen, meer in den vorm van de machinentheorie. Nu stonden nog de 2 theorieën tegenover elkander, Roux-Weismann, die beweerden, dat het ei een gecompliceerde structuur had. Hertwig, die een eenvoudige structuur aannam. Driesch schaarde zich aanvankelijk aan de zijde van Hertwig en zocht na te gaan, welke uit de physiologie bekende prikkels aangenomen moesten worden voor de ontwikkeling van het ei. Ondertusschen kwam hij echter door de resultaten van het experimenteele onderzoek tot de belangrijke conclusie, dat de levensproblemen niet machinaal te verklaren waren, maar autonoom waren. Dit was feitelijk de tweede genadeslag voor de theorie van Weismann. Hij werd vitalist door te bewijzen dat de lokaliseering van ontogenitische processen iets was, dat geheel op zichzelf stond. Hij kwam daartoe door het volgende experiment ^). Snijdt men de gastrula van Sphaerechinus granularis in den aequator door, zoodat elke helft het halve ectoderm en den halven ürdarm bevat, dan ziet men dat beide deelen zich sluiten, de- wonden genezen en de kogelvorm weer aangenomen wordt. Bovendien ziet men dat de darm van elk der beide deelingsproducten in juiste proporties in voor-, middel- en einddarm verdeeld wordt, zoodat het deelingsproduct, dat de mesenchymelementen bevat (het vegetatieve), zelfs in de meeste gevallen een typischen, verkleinden Pluteus levert, terwijl het andere (animale), door het missen van die mesenchymelementen en aldus van den aanleg van het skelet, de ontwikkeling niet verder brengt dan dat stadium met voor-, middenen einddarm. Hier kan de buitenwereld (licht, zwaartekracht, temperatuur), evenmin de oppervlaktespanning in aanmerking komen. Misschien zou in het ei een faktor daarvoor aanwezig zijn. Op grond van genomen proeven kan echter een lokaal gespecificeerde structuur bü het Echinidenei niet aangenomen worden. Bovendien is het entoderm der Echiniden ontstaan uit een „positief bepaald elementairproces", alzoo een nieuwvorming van groei bij het materiaal, dat van 't ei gekomen is, zoodat het zeker niet onmiddellijk afhankelyk moet zijn

') Driesch, Die Lokalisation ontogenetisoher Vorgange, pag. 9.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's

1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's