1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 48
44
king mij onbekend was gebleven. Helmholtz was dikwijls met eere genoemd, maar van het bestaan der „Vortrage und Eeden" had niemand mij op de hoogte gebracht. Voor de anatomie kende ik de beenderen, bloedvaten en zenuwen; voor de kliniek kende ik de verschijnselen op een rijtje van een groot aantal ziektebeelden. Verzamel nog meer feitenkennis, tracht vooral geheugenkennis te oefenen, zou onze eerstgenoemde debater zeggen; ge hebt nog niets anders dan feiten, is het eenigszins smalend wederantwoord van den tweeden. Indien ik mij voor een groot deel plaats op het standpunt van den Hoogleeraar, die, laat ik dit er bijvoegen, volstrekt niet blind is en was voor de schitterende resultaten, die de natuurwetenschappen ons in de tweede helft der vorige eeuw geleverd hebben, dan dank ik dit voornamelyk aan de studie der algemeene biologie, voor wier groote beteekenis ik eenige oogenblikken dezen avond uwe belangstellende aandacht wil vragen. Misschien zal het eenige verwondering baren, dat ik dit onderwerp bespreek, terwijl ik mij toch meer in 't bijzonder met psychologische vraagstukken bezighoud. Het is alleen ook, omdat ik na deze eerste lezing later nog gaarne eene tweede zou willen houden, die meer in 't bijzonder over psychologie zal handelen, dat ik eerst over algemeene beginselen zal spreken en dan over biologische vraagstukken, die mij alleen uit litteratuur en niet door eigen ervaring bekend zijn. Het spreekt toch vanzelf, dat men er niet af is door te beweren, dat iedere plant- en dierkundige en ook iedere medicus tegelijk bioloog is; wil men met recht meespreken op het gebied der biologie, dan dient men ook ervaring te hebben op dat gebied. Iets anders is het echter of men, waar het meer algemeene vraagstukken geldt, waar het de Deutung geldt van proeven, die herhaalde malen door competente onderzoekers verricht zijn en daardoor ook eigendom der wetenschap geworden zijn. Dan behoeft men alleen te gelooven dat het meegedeelde waarheid bevat. Daarmee wil ik volstrekt niet zeggen, en vooral in dezen tijd niet, waarin het woord „arriviste" niet voor niets is opgetreden, dat alle proeven betrouwbaar zijn. Ik zou uit eigen ervaring het tegendeel kunnen bewijzen. Maar wanneer ik proeven citeer, dan zijn dit dezulke, die door voor- en tegenstanders van bepaalde stelsels worden aangenomen. Kan men ook, zoo zou ik willen vragen, een oordeel vellen over de wereldberoemde proeven van De Vries van Oenothera Lamarckiana? Zeer zeker, ook al is men geen plantkundige; en niemand zal het een medicus kwalijk nemen, indien hij deze proeven voor waar aanneemt, aan het stelsel van De Vries beschouwingen vastknoopt en desnoods ook conclusies
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's