1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 124
118 de neiging is de kinderen te laten studeeren — ook wel in de lagere kringen der maatschappij. Voor hoogere en lagere kringen geldt, dat de studie een groot aantal voorwaarden stelt voor de geestelijke ontwikkeling, die lang niet het meerendeel vervullen kan. Voor de lagere kringen geldt nog, dat alleen zeer begaafden de groote moeilijkheden, waarmede vooral zij te strijden hebben, zullen overwinnen en dat anderen vaak te laat betreuren, dat zij zich voor een ambacht te voornaam achtten. De levensregel der Hoogere-burgerscholieren en Gymnasiasten is soms daarom schadelijk, omdat het studentjespelen van de heertjes, het hebben van clubs, bezoeken van kneipen, krantenschrijven en op touw zetten van liefdesavonturen de studie belemmeren, privaatlessen noodig maken en wat dies meer zij. Voor hen mag de beoefening van sport zeer nuttig geacht worden en vooral zou ik het ook van belang achten, dat zij nog steeds zoo mogelijk den weldadigen invloed van het huisgezin konden blijven ondervinden, om daardoor niet te vroeg op eigen beenen te moeten staan. Overigens ga ik niet in op zoovele brandende quaesties als de rijstenbrijberg op de H. B. S., het te veel daar op den voorgrond plaatsen van de natuurwetenschappen, de studie van het Grieksch en de gebrekkige beoefening der moderne talen op de Gymnasia, omdat deze slechts ter zijde met mijn onderwerp in verband staan. Maar ook bij hen zal de leeraar tegelijk nog paedagoog moeten zijn en niet alleen rekening moeten houden met de intellectueele ontwikkeling der jongelui. Hij zal zich voor alles moeten wachten met niet te geleerd te zijn. Zoodra er excerpten uit dictaten van de hoogleeraren op de H. B. S. of 't Gymnasium gegeven worden, indien men niet voor alles eenvoudig en practisch is, zullen er wel enkele leerlingen zijn, die het later den leeraar naspreken, maar zal men niet kunnen verwachten, dat de geleerde, soms wijsgeerige, betoogen ook maar voor een deel begrepen worden. Mijn taak was de geestelijke hygiëne van het kind in te leiden, het kind in uitgebreiden zin genomen van de geboorte tot het 18'^^ a 20=*" jaar. Men meende dit onderwerp aan een zenuwarts op te moeten dragen en de oorzaak daarvan is niet zoo ver te zoeken. Dat ik toch vooral in het eerste gedeelte over heel gewone dingen gesproken heb, komt alleen daar vandaan, dat volgens mijne meening een goed begrepen paedagogiek parallel gaat met de eischen, die door de prophylaxis voor de ontwikkeling van het zenuwlijden in zijne verschillende vormen gesteld worden. Ook het tweede gedeelte bevatte geen opsomming van proeven,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's