1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 31
27
De beenen zijn zeer spastisch. De kniereflexen verhoogd. Geen voetclonus. Rechts Babinski. De iliopsoas is krachtig. De flexoren van de dij zijn zwak, de extensoren werken flink. Wat de onderbeenen betreft beiderzijds bestaat peroneus-verlamming, rechts veel sterker dan links, zoodat patient niet dan zeer gebrekkig loopen kan, gesteund door een stok aan den eenen kant en een persoon aan den andere. In hangende positie der beenen hangen de voeten naar beneden en kan patiënt deze rechts in het geheel niet en links zeer onvolkomen naar omhoog buigen. Geringe tegenstand is slechts noodig om ook den linkervoet het buigen geheel te beletten. Er bestaat geen atrophic; geen ontaardingsreactie. De sensible sfeer is over het geheele lichaam goed in afle drie kwaliteiten. Vasomotorisch en tropMsch zijn er geen afwijkingen. De psychische sfeer: Hoewel patient niet tot de debielen of imbecillen te rekenen is, behoort hij tot de intellectueel minderwaardigen. De perceptie is goed, er bestaan geen hallucinaties of illusies; ook de voorstelling laat blijkbaar niet te wenschen over; patiënt kan zich best oude en nieuwe dingen herinneren. Wat de associatie betreft, deze laat zich moeielijk beoordeelen, daar patiënt slechts enkele weken ter school gegaan heeft; eene vergelijking met jongens van zijnen leeftijd dus geen waarde heeft. Lezen, rekenen en schryven kan patiënt niet. Hij heeft ternauwernood school gegaan. Enkele letters geeft hij weer. Dat hij leeren kan, bewijzen zijne vorderingen gedurende zijn verblijf in het sanatorium. Toch zou ik patiënt — hoewel hij niet tot de imbecillen te rekenen is — inteflectueel minder waardig achten. Wat zijne affecten betreft, heeft de jongen een sterken negatieven gevoelstoon. Hij is knorrig, wordt spoedig boos en driftig. Hij scheldt en vloekt op de verplegers en op zijne veel oudere mede-patiënten, en zou er opslaan als hij niet wist dat hij aan het kortste eind trok. De moreele zin van den jongen is zeer weinig ontwikkeld, evenals de aesthetische zin. Hij spuwt op den grond en is in het algemeen zeer ongegeneerd. Hij weet zich hier min of meer in bedwang te houden uit respect voor den arts en de zusters. Aan deze is hij gehoorzaam. Thuis was deze jongen niet te temmen. Hij raasde en vloekte tegen zyne moeder en andere huisgenooten. Meermalen sloeg hij er op. Toen hij nog loopen kon, stal hij en maakte herhaalde malen burengerucht en kennis met de politie. De diagnose van deze ziekte is niet moeielijk. Gij raadt haar reeds: lues cerebri. De therapie ligt voor de hand: Smeerkuur en Jodkali. En deze middelen, M. H.! hebben zulk een succes gehad, dat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's