1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 68
64
dan blijkt, dat zijn iden een specifiek typischen bouw moeten hebben. Zoodra zij zich door deeling vermenigvuldigen, dus uit één twee worden, dan is dit alleen mogelijk, doordat ongelijke dealen ontstaan, in 't beste geval spiegelbeelden van elkaar. Maar dan moet elke helft het ontbrekende weer opnieuw vormen en zoo moeten de iden een regeneratievermogen bezitten en, wat verklaard moet worden, wordt door de theorie zelf reeds vooropgesteld. Driesch heeft dus, zooals blijkt uit hetgeen vooraf ging, de machinentheorie verlaten en is principieel vitalist geworden. Bij Reinke *) wordt het wezen der organisatie als machinenstructuur opgevat. Meermalen heeft hij het uitgesproken, dat een Plasmodium, in levenden toestand in een mortier fijngewreven, evenmin protoplasma is, als een horloge een horloge zou blijven, als het tot poeder gewreven was. Men heeft gedacht dat de synthese van Wöhler (de synthese van ureum) de brug zou zijn van het anorganische naar het organische. Daardoor zou echter alleen het begin gemaakt zijn tot het kunstmatig verkrijgen van die verbindingen, welke door het levensproces der dieren en planten voortgebracht worden en waaruit de levende cellen gevormd zijn. Phosphorproteïnen, eiwitstoff'en, koolhydraten, vetten, lecithine, cholesterine enz. vormen wel een materiaal, dat noodig is voor den bouw van een cel, maar deze stoffen bezitten op zichzelf evenmin de kracht een cel te vormen, als in koper en glas de kracht is een mikroskoop te vormen, of in 3 en 5 om samen tot 8 te worden. De cel zou een krachtmachine zijn, want zij neemt energie op en geeft ze in anderen vorm terug, dit zouden de geheimen der organisatie uitmaken. Bij beide, cellen en machines, berusten de dynamische processen, niet alleen op energieën, maar ook op krachten, die de energieën besturen en ze dwingen bepaalde richtingen en banen in te slaan. Deze krachten worden dominanten genoemd, aan wie hij de eigenschap van onbewuste intelligentie gegeven wordt. Zoo is dus Reinke voor het vegetatieve leven ten minste geen vitalist, wel, maar daarmede houden we ons op 't oogenblik niet bezig, voor het psychische, zooals het zich uit in de gecombineerde bewegingsverschijnselen van menschen en dieren. Hij verdedigt echter een ander standpunt dan Weismann, die blind werkende energieën aanneemt. Nu is de opvatting van het mechanistische ook weer verschfilend en neemt men eenerzijds aan ^), dat daardoor alleen een verklaring van physische en chemische factoren wordt toegelaten, terwijl Reinke
') Biol. Centralbl., 1893, pag. 85. ') Eeinke, Biol, Centralbl., 1990, pag. 29.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's