1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21
17 keloosheid, de plage slachtoffers maakt. Wat in het Oude Testament over de eerste verschijnselen der melaatschheid verordend is, bevestigt dit volkomen. Anders het op te vatten en anders te handelen, is niet alleen ziekelijk, maar het is diep zondig. ^) Wanneer de aanhangers van de gebedsgenezing hiertegen aanvoeren, dat zij allerminst lijdelijk willen zijn, maar willen handelen naar de uitspraak in Jakobus 5:14, 15 en 16, moeten wij hun tot op zekere hoogte gelijk geven en ten laatste nogmaals op deze uitspraak ingaan. „Is iemand krank onder u, dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden." Allereerst willen wij dan opmerken, dat wy dit laatste, het bidden, ook niet wenschen na te laten, maar dat wij meer willen doen, ook wat hier niet wordt genoemd, maar daarom allerminst wordt verboden. Door hen wordt nagelaten dat, waarvan wij aantoonden, dat het elders wordt geboden, en zij vervallen in de fout, zich op ééne uitspraak te beroepen, buiten verband met de Schrift, in haar geheel. Waar het verder heet, dat het gebed des geloofs den zieke zal behouden, denken wij, op grond van de Schrift in haar geheel, bij dit behoud, bij deze genezing evengoed aan eene door middelen, daartoe aangewend, als zijnde de gewone; dat hier geen middelen worden genoemd of aangegeven, wijst er, dunkt ons, alleen op, dat we hier hebben een zeer krachtige, toen zeker noodige, waarschuwing tegen het vertrouwen op eenig middel zonder gebed, terwijl juist bij de geloovigen het gebed voorop moet staan. Bidden en werken behooren schriftuurlijk bij elkaar en het laatste mag niet achterwege worden gelaten, omdat het nu niet juist overal, naast het eerste wordt genoemd. Een uitspraak als deze: werkt uws zelfs zaligheid, zal ons er toch ook niet toe brengen, om het bidden, hier niet genoemd, hiervoor na te laten? Neen, van het bidden en werken, zooals die bij elkaar behooren, wordt door mannen als Ds. Hazenberg het laatste ten onrechte op zij gezet, of, nog beter is het misschien te zeggen, dat zij dit wanen te doen; want voor hen wordt het bidden werken, een werken, waardoor het doel, dat wordt beoogd, eenzijdig nagejaagd wordt, de hoogste graad van werkheiligheid, in den meest eigenaardigen vorm, die zich immer laat denken. Verder is het de uitdrukking: gebed des geloofs - eene uitdrukking, die, naar wij meenen, nergens elders in de Schrift voorkomt — die hen op een dwaalspoor heeft gebracht. ') Dr. A. Knyper, De Gemeene gratie, deel II, pag. 476 en 477.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's