1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 64
60
eene of ander melodie gemaakt. De speeldoos heeft bovendien geen vrije beschikking over de middelen om de tonen voort te brengen, te combineeren en te moduleeren, over rhythmus, sterkte en kracht der melodie, zooals enkel en alleen het organisme dat kan. Het tweede verschil komt uit bij de functie van klieren en spieren. Zoodra de laatste vermoeid zijn geworden, de eerste de afscheidingsproducten geleverd hebben, kunnen zij na eenigen tijd van rust weer in hun oorspronkelijken toestand terugkeeren. Dezelfde uitwendige prikkels vinden nu een substantie, die op dezelfde wijze weer haar functie kan verrichten. De klier hoopt weer afscheidingsproducten op, de spier herstelt zich weer van de vermoeidheid. Bij een machine vinden we niet dat vermogen om deelen, die schadelijk geworden zijn, uit te wisselen voor nieuwe, of wanneer het noodig is door olie gesmeerd te worden en wat schadelijk is te verwijderen. De scheikundige stoffen, noodzakelijk voor het aan den gang brengen der machine, kan zij onmogelijk uit zichzelf tot zich nemen. De machine heeft daarom een mensch noodig als leider, die alles biibrengt, wat zij noodig heeft. Het derde onderscheid komt uit in het vermogen dat het organisme van de cel bezit, zich in twee of meer dochterorganismen te verdeelen, men kan zich moeilijk voorstellen, dat een machine zich in tweeen deelt. De begrippen Ciïlisaliteit en teleologie beheerschen grootendeels de verschillen, die er bestaan. Volgens Driesch is het causale zelf teleologisch '). Hij bewijst dit door naast elkaar te plaatsen de zoogenaamde constanten van de physica en de chemie naast die der biologie en noemt als resultaat het eigenaardige van de biologie, dat de constante van het levend lichaam zich in tijd en ruimte evolveert. Deze constanten worden entelechieen genoemd. In 't anorganische weten we wat een ding is, eerst uit zijne uitwendige relaties, in 't organische reeds uit het ding zelf. In de intensieve menigvuldigheden, de entelechie, ligt het teleologische, in hen, n.l. ligt datgene, wat het effekt bepaalt. Maar ook in hen ligt het causale, zij zijn de noodwendige bepalers van het effekt. Zoo is dus het onderscheid met een dogmatischen materialist niet gelegen in een andere opvatting van de noodwendigheid der natuurprocessen, maar alleen in de voorwaarden daartoe. Deze meent ze als extensieve grootheden, naast elkander in de ruimte, te moeten denken, terwijl voor Driesch deze voorwaarden in intensieve grootheden gelegen zijn. Toetsen we deze opvatting aan de bekende theorie ') Driesch, Die organiachen Eegulationen, pag. 214.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's