1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 51
47
naast hem staat, dan doet een kalme betoogtrant, die men in diens werken aan treft, weldadig aan. Maar toch een scherp formuleeren van zijn standpunt, ook tegenover een man als Wundt, dien hij in hoffelijke termen zyne onjuiste biologische opvatting tracht te bewyzen. Vooral bij Driesch telkens weer gesproken van onbevooroordeeld onderzoek, een onsympathiek woord, dat reeds te veel op zijn kerfstok heeft, een gewrongen stül en gecompliceerde woordvormen, zoo b.v. gedetermineerdaequipotentieele en harmonisch aequipotentieele levenssystemen, maar m. i. nog dieper en met meer algemeene kennis ingaande op de voor hen belangrijke problemen dan Reinke. Beiden zijn het eens in de groote waarde, die zij toekennen aan de wijsbegeerte, maar terwijl de eerste zich voornamelijk baseert op de theorie der kennis van Kant en de metaphysica van Schopenhauer, heeft de tweede bij Von Hartmann in zijne wijsgeerige werken punten van overeenkomst gezocht. Van Driesch zyn „die Analytische theorie, der organischen Entwicklung," „die Lokalisation morphogenetischer Vorgange", „die organischen Regulationen", van Reinke „die Welt als That" en „Einleitung in die theoretische Biologie," die in het hier genoemde kader hunne belangrijke plaats verdienen. We zagen dus dat de theorie der kennis en -'n 't algemeen de zoogenaamde philosophische vraagstukken door genoemde onderzoekers vlijtig bestudeerd en toegepast worden. Maar dit is nu niet eene speciale eigenaardigheid den neo-vitalisten eigen, waarbij men Driesch en ten deele ook Reinke mag rekenen. Ook een sterke tegenstander dezer richting, Max Verworn, vindt het beslist noodig, dat elke bioloog zich met vragen van Erkenntniskritik bezig houdt, wil hij zich niet onbekommerd aan een dwaas specialisme overgeven. Zou het nog noodig zijn den naam van Wundt te noemen, die, als medicus begonnen, een der eerste philosophen van onzen tijd is geworden, om u te overtuigen, dat de besten onzer met beslistheid dit standpunt kunnen verdedigen. Hoe kan dit ook anders, waar in de definitie van wetenschap, de logische betrekking tusschen subject en object reeds opgesloten ligt de groote waarde, die aan wysgeerige problemen moet toegekend worden. En toch, de ervaring leert, dat men eenerzijds geen beteekenis hecht aan deze problemen, omdat men het niet weet, een vrij onschuldig standpunt, en anderzijds een ageeren daartegen ziet, omdat men er schadelijke invloeden van ducht. Beide opvattingen zijn historisch geworden; zoowel het niet weten als het negeeren, zijn de vruchten van een tijdperk, dat nog niet zoo heel ver achter ons ligt. We zyn het er allen over eens, dat eene overdrijving in ééne richting vaak eene overdrijving in eene tegengestelde richting na zich sleept.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's