1904 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72
68
Gebedsgenezing ^) uit p h i l o s o p h i s c h o o g p u n t
beschouwd.
De groote massa slaat geloof aan de genezing op het gebed. Gij bevindt u in een ziekenvertrek. Eene bedroefde moeder zit aan het ziekbed van haar kind. De voorschriften van den arts worden stipt opgevolgd. Maar het kind wordt erger, steeds erger; met het uur nemen de levenskrachten af en het ergste is te vreezen. — Ziet, wat doet de moeder? Zij valt op de knieën, buigt zich over haar ten doode toe krank kind heen en hoort! nokkend smeekt zy: „Indien het mogelijk is. Vader! laat deze drinkbeker van mij voorbijgaan — laat mij mijn kind." Zoo doen alle moeders. En wij storen ze niet; wij hebben eerbied voor zulk eene vrouw en bidden meê. Ik ben wel in den uitersten nood geroepen, bij wie als beslist ongeloovigen bekend stonden, om een gebed te doen tot herstel van een kranke. — Als het er op aan komt, zijn er niet vele menschen — orthodox of modern — die niet de toevlucht nemen tot het gebed. Als Christenen twijfelen wij niet aan de geloofsgenezing op het gebed. Hoe hebben wij ons de gebedsgenezing voor te stellen? Gaat deze, zooals eene gewone genezing eener ziekte, langs natuurlijken weg of langs dien van het wonder? Sluit het gebed eigenlijk niet de verwachting van een wonder in? Twee tijdperken der ziekte komen hier in aanmerking. Primo: De toestand is niet hopeloos — men bidt, dat God de geneesmiddelen zegene. Secundo: Men heeft alles beproefd, de kunst is uitgeput, menschelijkerwijs gesproken is het eene verloren zaak; men neemt zijne toevlucht tot God en bidt: Help Gij, Heere! In het laatste geval is de veronderstelling van een wonder niet twijfelachtig Niet waar, de wetenschap, de kunst is uitgeput; de natuurlijke middelen helpen niet men ziet de ziekte een ongunstigen loop nemen, nu moet God tusschenbeiden komen, men bidt dat Hij ingrijpe; ingrijpe in den natuurlijken gang van het ziekteproces en den loop der ziekte wende. Maar sluit ook het tweede geval de mogelijkheid van een wonder niet in? ') Dit artikel dankt of wijt zijn ontstaan voor een deel aan de disenssies, die gevolgd zijn op de lezing van Dr. P. Wierenga over hetzelfde onderwerp in de voorjaarsvergadering van 1904 van de Christelijke Vereeniging van Natnur- en Geneeskundigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 136 Pagina's