1906-1907 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 76
62 Waar wij dus als vaststaande mogen aannemen, dat onze kennis van de ziel gering is, daar spreekt het wel van zelf, dat het ook niet gemakkelijk valt het wezen der psychische afwijkingen vast te stellen. Het zijn die afwijkingen, die we waarnemen in de ziekte, de zielsziekte, die we bestempelen met den naam van krankzinnigheid. De verschijnselen dezer ziekte zijn vrij constant, kunnen dagelijks worden waargenomen, haar wezen is ons echter niet bekend. Wij moeten ons op dit punt niet te spoedig tevreden stellen, een fout, waarin o. a. Dr. Donkersloot vervalt, wanneer hij op pag. 68 van zijn werk over de krankzinnigheid zegt: ,de krankzinnigheid heeft tamelijk vaste constante verschijnselen, die met slechts weinige uitzonderingen bij eiken lijder terugkeeren; kent men die verschijnselen goed, dan kent men ook de krankzinnigheid." Het eerste gedeelte van deze stelling wenschen wij gaarne te onderschrijven, de verschijnselen der krankzinnigheid zijn vrij goed bekend, maar van het wezen der ziekte kunnen wij dit o. i. nog niet zeggen, zonder ons aan zelfmisleiding schuldig te maken. Laat ons in de eerste van krankzinnigheid of denken, aan wat we in tuigen verstaan nl. het het gevoel.
plaats mogen opmerken, dat wij, sprekende krankheid van zinnen, hierbij niet mogen het dagelijksch leven onder zinnen of zingezicht, het gehoor, de reuk, de smaak en
Wij weten toch, dat ook bij krankzinnigen wel stoornissen op dit gebied voorkomen, dat ook onder hen blinden en dooven worden gevonden, alsook zeker wel personen zonder reuk of smaak en met verminderde gevoelsscherpte, maar dan zijn dit niet de verschijnselen, waarop we de diagnose krankzinnigheid stellen; ze behooren dan veel meer tot de verschijnselen der bijkomstige ziekten, die hoogstens met de krankzinnigheid op eenigerlei wijze samenhangen. Veel meer speelt zich de ziekte der krankzinnigheid af op het gebied der inwendige zinnen, waartoe we rekenen, in navolging van Thomas Aquinas: den algemeenen zin (sensus communis), het voorstellingsvermogen (fantasia) het schattingsvermogen (potentia aestimativa) eu het geheugen (memoria), maar ook in dezen zin dekt de naam niet volkomen het wezen der ziekte, die we voor ons hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's