1906-1907 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 189
173 Zoo is het wel merkwaardig, dat ondanks de breedte der klooi, welke beide partijen scheidt, aan beide zijden een gelijkluidend antwoord gegeven wordt op de vraag of de menschheid een eenheid vormt, dan wel of de rassen uit verschillende niet in onmiddellijk verband met elkander staande oervormen zich hebben ontwikkeld. De Schrift heeft sints lang den monogenetischen oorsprong geleerd en deze is niet zonder strijd ook thans aanvaard door hen, die aan de Schrift op wetenschappelijk gebied geen gezag willen toekennen. Op de meest belangrijke punten evenwel komt het verschil van iHzicht zeer sterk voor den dag. Op de vragen van waar de mensch komt antwoordt de eene onderzoeker, op grond van de Schrift, dat de mensch door God als zoodanig geschapen is naar Zijn beeld, en dat hij reeds deswege een afzonderlijke plaats bekleedt in de Schepping; op diezelfde vraag luidt het antwoord aan de andere zijde, dat de mensch afstamt van een grondvorm, waaruit zich ook een min of meer breede reeks van dieren geleidelijk heeft ontwikkeld en dat hij reeds daarom in het dierenrijk gerangschikt moet worden. Het is uiteraard niet te verwachten, dat ook op dit punt eerlang overeenstemming te verkrijgen zal zijn, maar daarom behoeft de tegenstelling niet zoo kras te blij/en als zij zich doorgaans voordoet. De hypothese, dat de mensch zich ontwikkelde uit lagere diervormen moge onaannemelijk zijn voor hen, die in het schriftverhaal gelooven, zij is toch als werkhypothese zeer bruikbaar gebleken en heeft er toe geleid, dat veel helderder inzicht is verkregen in de overeenstemming, welke op tal van punten tusschen allerlei diergroepen en den mensch bestaat. Met de feiten aan het licht gebracht door den ijver en den noesten vlijt dergenen, die aan God, als Schepper en onderhouder der wereld in hun wetenschappelijk systeem geen plaats willen afstaan moet uiteraard rekening worden gehouden door hen, die wel de Schrift als bron van wetenschap beschouwen. Het is natuurlijk hun plicht allereerst na te gaan of hetgeen als feit wordt aangeboden, inderdaad ook feit is, daarna ook die feiten tot opbouw van hun wetenschap te benutten, na te gaan of die feiten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's