1906-1907 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72
\
58 ooit te voren en terecht zegt professor Bavinck, in zijn „Paedagogische beginselen", dat er zooveel psyehologieën zijn, als er psychologen zijn.
«
Wij Gereformeerden, die ons houden aan de Schrift, slaan ook haar, helaas eenigzins onvoldaan op dit punt, wederom dicht, vaster overtuigd van de waarheid, dat zij ons wel leert, hoe de geestelijk kranke ziel, die van God is afgekeerd, weder tot God kan komen, maar, dat ook zij niet is, en niet wil zijn, een leerboek der zielkunde. Het wezen der ziel behoort nog tot op zekere hoogte, tot de verborgene dingen; God zelf, de volmaakte Geest, kent de geesten, ook den geest des menschen, de ziel! Gelijk de Schrift nergens een betoog levert, om het bestaan van God te bewijzen, maar overal dit bestaan als vaststaande voorop stelt, zoo wordt ook eveneens overal het bestaan der ziel, als vaststaande, ons duidelijk, maar verder wordt onze begeerte naar de kennis van haar wezen, niet geheel bevredigd.
i! 1
Wij willen dit niet ten nadeele van de Schrift opmerken; men versta ons wel. Wij nemen haar niet in de eerste plaats in handen als leerboek voor de psychologie, zoomin als voor eenigen anderen tak van wetenschap, maar moeten toch het feit constateeren. Over onze onkunde aangaande onze ziel laat Dr. Kuyper, handelende over Adam's geestelijk bestaan, zich aldus uit: i). „Deze quaestie ligt natuurlijk veel moeilijker, omdat wij zooveel minder van onze ziel afweten, dan van ons lichaam. Wij spreken van een zielkunde, maar wat weet de geleerdste man van het eigenlijke wezen der ziel meer af, dan de Schrift er ons van openbaart ? Uitingen van het zieleleven kan men waarnemen, en ook het verband van ziel en lichaam van de zijde des lichaams vaststellen, maar van hetgeen binnen in ons omgaat, weten we zoo bitter weinig. We hebben er geen voorstelling, geen begrip van, we hebben er geen taal en geen woorden voor, en al wat we over de ziel spreken, gaat eigenlijk in beeldspraak toe. Zijner onwetenheid op dit terrein blijve men zich dus helder bewust. ') Dr. A. Kuyper. De gemeene Gratie. Deel I pag. 145.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's