1906-1907 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 228
212 pijnigen mag niet . . . het is een stamgenoot van wie evolutionist is . . . het is een schepsel Gods voor den Christen. — In beide gevallen moeten wij liefde koesteren voor het medeschepsel. Doch pijnloos . . . in die gevallen waarin de narcose het effect van de proef niet neutraliseert. Anders blijft er niets over dan het dier pijn aan te doen. Want de wetenschap en de praktijk eisehen nu eenmaal vivisectie. En nu nog eindelijk deze vraag; welke meening is het Comité toegedaan omtrent de verhouding waarin de menseh tot het dier staat. Van het antwoord op deze vraag hangt zijne beschouwing van de vivisectie grootendeels af. Ik voor mij beschouw den menseh als „Heer der Schepping". Het dier is zijn eigendom. Het is geheel in zijnen dienst. Het is tot zijn nut gegeven; en alzoo strekt het dier den menseh tot voeding, tot arbeid en t o t . . . . experiment. Het dier is er alleenlijk voor den menseh . . . maar de menseh is verantwoording schuldig aan zijne eouscientie en aan God. Daarom zij zijn vleeschvoeding matig, en martele de menseh het dier niet. DE. S. R . HAAG, Mei
1907.
H.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 238 Pagina's