1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 200
172
Dr G. K. SCHOEP
Hierop voortbouwend kom ik dan tot de onderscheiding, dat deze normatieve wetten öf door den mensch in religieuze afvalligheid autonoom bepaald, gekozen of gevolgd worden, óf door hem in herstelde verbondsrelatie met den HEERE, aan Zijn W o o r d worden ontleend en in liefdevolle gehoorzaamheid in beginsel betracht. Het gevolg van deze onderscheiding is nu, dat zich ook een tweeërlei geheel anders georiënteerd gewetensconflict aan ons voordoet. In tegenstelling met dat van den geloovige, hetwelk open ligt voor een heilig God, Die Zijn normen stelde en het overtreden daarvan als zonde tegenover Hem bedreven met tijdelijke en eeuwige straffen tegentreedt, maar deze overtredingen om Christus' bloed ons vergeven wil, vindt het gewetensconflict van den ongeloovige zijn beperking binnen het creatuurlijke, dat in een bepaald aspect met goddelijk gezag wordt bekleed. De oplossing van dit laatste conflict voltrekt zich dus geheel binnen het geschapene en stelt de persoonlijkheid nimmer in haar rechte verhouding tot den Oorsprong van al het zijn. Het gewetenconflict wordt tenslotte ,,psychologisch" ervaren en opgelost, maar krijgt nimmer het ,,christelijk-religieus" karakter in den zin van het eerste. Wel kan zulk een in afvalligen zin genormeerd geweten zich oogenschijnlijk als een christelijk genormeerd geweten openbaren. De normen van zulk een geweten kunnen zich beperken tot de normen van de tweede tafel der W e t . Bij een afvallig-religieuze instelling kunnen derhalve ook de autonoom aanvaarde ethischchristelijke normen overtreden worden en tot een gewetensconflict leiden. De oplossing van zulk een conflict gaat dan ook geheel buiten een verandering van het ,,hart" om. De heiliging, die hier optreedt, speelt zich geheel af binnen het psychisch-emotioneele, ook al wordt hier een ontmoeting met Jezus Christus ervaren (een psychisch-emotioneele beleving!). Ze staat in geen organisch verband met de heiliging des harten, waarbij de geheele persoonijkheid in het geloof door de vreeze des Heeren doortrokken wordt. Het christelijk-genormeerd geweten beoordeelt daarom in beginsel den mensch naar de maatstaf, of zijn geheele existentie betrokken is op de normen, die God daarvoor in Zijn Woord heeft geopenbaard. De H. Catechismus spreekt van een hartelijke begeerte om naar alle geboden Gods te leven. Dit geweten stelt onze heele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's