Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 79

3 minuten leestijd

BOEKBESPREKING

67

du Nouy nu eenmaal een andere oorsprong dan zij volgens de H. Schrift heeft (dat zagen we bij zijn Genesis-interpretatie). „Als alleen de waarheid wordt geleerd op de scholen, heel de wereld door, dan konden er geen totalitaire staten zijn" (240). Zou dus zulk een in theorie eenvoudig middel de toekomstige evolutie, die naar zijn beraming misschien wel miljoenen jaren eischt, binnen een menschenleeftijd kunnen voltooien; zou dus die erfelijkheid van de voorgaande miljoenen jaren daardoor ineens afgeschud kunnen worden? Dat kan toch onmogelijk bij een dergelijke evolutieleer, waar eigenlijk God-zelf de eenmaal gegeven gang niet meer veranderen kan? Worden de enorme getallen, die in het boek tot nog toe optraden, nu niet plotseling wat al te vlot los gelaten? De materialistische evolutieleer is steeds een werktuig in de handen van marxistische theoretici geweest en zij hebben daaraan juist ontleend de opvatting, dat goed is, wat met de wetenschappelijk vastgestelde gang der evolutie overeenstemt. In de materialistische opvatting van Waddington zün de gevoelens van welbehagen na een goede daad en na een goed bad van hetzelfde karakter; een „geweten" bestaat dus eigenlijk niet. Het is wel duidelijk, dat du Nouy weinig geduld met een dergelijke socialistische ethiek hebben kan; zijn opvatting van de evolutie is daartoe te „geestelijk". De oplossing van alle menschelijke problemen moet volgens hem uitgaan van het menschelijk individu (291); sociale ontwikkelingen volgen op een psychologische evolutie en er wordt niets blijvends gebouwd als er geen voorafgaande hervorming in de ziel van de enkelingen plaats vindt (291), Niet ten onrechte constateert hij, dat zijn ,.telefinalistische hypothese" hier in wezen de opvatting van de christelijke moraal weergeeft (291). ,,De socialistische ethiek heeft altijd een ontstellend gebrek aan verbeeldingskracht getoond" (256). (Hier wordt dus aan de socialisten verweten, wat zij altijd de conservatieven aanwrijven!). Door de strijd te voeren tegen de godsgedachte, tegen het begrip van absoluut goed en kwaad, door alle beteekenis te ontnemen aan het leven en streven van de mensch, worstelt de intelligentie tegen de evolutie en tegen zichzelf (273) en daarom noemt du Nouy een regeering, die het individueele vijandig onderdrukt, „regressief, reactionair" (290) (wat alweer de betiteling is, waarmee de marxisten tot vervelens toe iedereen aanduiden, die het waagt niet met hen in te stemmen). De schrijver wil dus juist niet de moraal ontleenen aan de dierlijke evolutie; hij wil juist niet, dat men het begrip „goed" toepast op de vóór-menschelijke stadia, omdat hij in principieele sprongen gelooft en de anderen er niet in gelooven. Toch ziet hij de onmiddellijke toekomst niet rooskleurig (283); zij zal collectieve eenheden brengen, die de vrijheid van het individu verstikken; zij zal een nieuwe moraliteit brengen, die alleen tot doel heeft die collectiviteit te beschermen en de moraliteit van de enkeling (de eenige, die werkelijk zin heeft) b e d r e i g e n . . . . ; zij zal gewetenlooze leiders gelegenheid tot exploitatie van de massa geven; een sombere periode in de menschelijke evolutie zal intreden (285). Kortom, hij ziet er juist het tegengestelde in van wat de marxistische biologen als J. B. S. Haldane ons als wetenschappelijk verantwoord opdisschen; hij zoekt het schrikbeeld, dat zü als een paradijsachtig ideaal afschilderen, te bestrijden met wat zij als hün schrikbeeld beschouwen: nl. met een „gezonde christelyke godsdienst" (285). Toch wordt de harmonie van het groote algemeene schema niet verbroken door de „oogenblikkelyke stoornissen op een lager plan" (287). Wy komen in opstand tegen de loop der historie, omdat wij hoogstens 1000 jaar overzien, terwijl het hier gaat over een verschijnsel, dat plobaal honderdduizenden jaren omvat (287) en deze schrale troost maakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 79

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's