1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 72
60
BOEKBESPREKING
wonderen evengoed biedt als welke „openbaringsgodsdienst" dan ook („onverklaarbaar mysterie" p. 86; „een soort wonder"', p. 76). Bij de bespreking van het mechanisme der ontwikkeling wordt de adaptatie (94) van secundair belang geacht (98) en mutatie en darwinistische natuurlijke teeltkeuze en ,,survival of the fittest" wel aanvaard, maar voor de oorsprong van de evolueerende stam toch onvoldoende verklaring geacht. De schrijver aanvaardt een „telefinalisme": een streven van de natuur naar een bepaalde soort (de mensch) als einddoel, waarbij allerlei zijwegen ingeslagen worden, waarbij zelfs gunstige ontwikkelingsmogelijkheden door uitwendige omstandigheden niet tot uiting komen, maar tóch op het einddoel gestadig aan gewerkt wordt (99). Een standpunt dus, dat niet zoo ver van het lamarckisme (dat men gewoonlijk iets te mechanistisch voorstelt!) af staat. Wel wordt dus een physisch-chemisch en biologisch mechanisme erkend (waarbij Lamarck, Darwin en De Vries onpartijdig hun kansen gelaten worden!), maar aanpassing, selectie en mutatie zijn niet altijd progressief en de evolutie als globaal verschijnsel wordt beheerscht door de richtende kracht der finaliteit: als we dat niet aanvaarden, zijn we gedwongen ,,te erkennen, dat evolutie strikt genomen onvereenigbaar is met de wetten van de stof, maar (en dat is bedenkelijk), dat het optreden van geestelijke en zedelijke denkbeelden een absoluut mysterie blijft" (100). Maar is het „wonder", waar de schr. eerder over sprak, geen „absoluut mysterie"; is na de verkondiging van het telefinalisme het optreden van het geestelijk en zedelijk leven niet nóg een absoluut mysterie voor het rationeele denken (en tot dèt richt de schr. zich, want hij wil menschen, die dat niet langs de weg van het geloof kunnen, de materialisten nl., tot een natuurlijke religie brengen). Is het voor een echte rationalist niet even moeilijk een goddelijk evolutieplan als een persoonlijk God te aanvaarden? Behoort de schrijver zelf niet tot de menschen met een ,,irrationeel geloof" (65), evengoed als de materialisten? Meent hij werkelijk, dat de „5 fundamenteele, onloochenbare feiten", die tot dusver niet wetenschappelijk verklaard konden worden (210, 243) door zün telefinalistische hypothese anders dan van een geloofsstandpunt verklaard zijn? Wel kan hij er zich op beroepen, dat het materialisme de feiten niet rationeel verklaren kan, maar wat hij zelf geeft is een natuurwetenschappelijk agnosticistische houding (en daarom is hij wetenschappelijk zuiverder) met daar nóast een geloof. ,,Er bestaat geen enkel feit en geen enkele hypothese, die een verklaring geeft van de geboorte van het leven of van de natuurlijke evolutie" en daarom zijn we volgens hem genoodzaakt een bovenzinnelijke tusschenkomst te erkennen, die we „evengoed God als anti-kans" kunnen noemen, óf onze onwetendheid te belijden. „Dit is geen geloofsbelijdenis, maar een onbetwist wetenschappelijke uitspraak. Niet wij, maar de overtuigde materialist getuigt van een machtig, zij het ook negatief geloof, wanneer hij zonder eenig bewijs koppig blijft aannemen, dat het ontstaan van het leven en de evolutie, de menschelijke geest enz. eenmaal wetenschappelijk verklaard zullen worden" (151). De creatieve sprongen, van doode naar levende stof, van leven naar geest, welke de schrijver zoo openlijk erkent (50, 101) blijven voor de verstokte rationalist (die een zéér geloovig mensch is: hij zou liever een feit loochenen dan erkennen, dat het niet verklaarbaar is!) een steen des aanstoots en daarom deelen we des schrijvers bezorgdheid, dat hij hen ook op deze wijze niet zal overtuigen. De schrijver wil zijn telefinalisme (de term is zijn eigen vinding) niet met het gewone biologische finalisme op één lijn gesteld zien. Het telefinalisme betreft alleen de groote lijn der evolutie, het tweede legt nadruk op een doelmatigheid, die in de aanpassing van soorten bij hun omgeving enz. tot uiting komt. Hjj geeft dit laatste finalisme gaarne prijs aan mutatietheorie en darwinisme (102). De telefinaliteit streeft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's