Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 80

4 minuten leestijd

68

BOEKBESPREKING

dat het pessimisme voor de directe toekomst „geenszins ons geloof in de evolutie van den mensch in opgaande lijn verzwakt" (285). De schrijver wil de ellende echter niet passief over zich heen laten komen en hij roept de kerk óp zich van haar taak bewust te zijn. ,,Nooit tevoren heeft de Kerk een zoo dringende roepstem gehoord. .. . om haar verplichtingen te vervullen als gids en trooster van de menschheid" (285). De kerk bergt rijke schatten; het is de hoogmoed der materialisten, dat zü dit niet willen erkennen: Newton, Faraday, Maxwell, Ampère, Pasteur waren geloovigen en de schrijver acht, dat ,,de ijdelheid van een geleerde, die. . . . beslist, dat zij intellectueel zyn minderen zijn geweest, de grenzen van het paradoxale overschrijdt" (263). Ook onder de grootste geleerden van de moderne natuurwetenschap is een aanzienlijk aantal geloovig (263). Du Nouy noemt geen namen (ook niet van tegenstanders!), maar hy zal wel gedacht hebben aan Millikan (die dit boek zeer geprezen heeft), aan Compton, aan Bragg, die duidelijk hun theïstische gevoelens beleden hebben. Du Nouy wil, dat de kerk haar tijd verstaat en zich niet in star conservatisme verschanst achter haar tradities. „ledere mensch, die in God gelooft, moet inzien, dat geen wetenschappelijk feit, zoo lang het waarheid is, met God in tegenspraak kan zijn. Anders zou het niet waar zijn. Daarom bezit iedere mensch, die de wetenschap vreest, geen sterk geloof" (264), Hetzelfde beweerden wij onlangs in een lezing voor onze Vereniging over „Natuurwetenschap en Reformatie" en we hopen, dat deze opmerking, nu zij van een buitenstaander komt, ons te overtuigender op het hart bindt, dat de wereld van ons verwacht een moedig geloof, dat geen wetenschap veracht of vreest. In dit opzicht mankeert er nog zooveel aan ons (en ik zeg dit nu niet als een goedkoope algemeene schuldbelijdenis, maar denkend aan concrete feiten), dat wij de verwachtingen van edele humanisten als Du Nouy dikwijls beschamen. Hij vraagt waarlijk niet, dat wij zijn humanistische bijbelopvatting en zijn „telefinaliteitshypothese" overnemen, maar hij heeft het recht om van orthodoxe christenen te eischen, dat zij niet met een beroep op het geloof der vaderen, of op hun eigen persoonlijke bijbelinterpretatie, de problemen van de natuurwetenschap wègredeneeren. Het is ontstellend, hoe weinig onze dominees en docenten zich op dit gebied bezonnen hebben; hoe zij zich nog steeds koesteren in het waanlDesef, dat de evolutieleer ,,een overwonnen standpunt" is, hoe zij aan de andere kant de jeugd der Kerk met dooddoeners afschepen. Het is ongetwijfeld juist, dat vele geloovigen worstelen met een denkbeeldige tegenstelling tusschen hun geloof en de wetenschap (260); het is eveneens waar, dat du Nouy's opvatting, dat dê bijbel eigenlijk niet méér leert dan de wetenschap (260), afgewezen moet worden, maar we zullen dan moeten toonen, dat ook de orthodoxe christenen, die de bijbel niet voor louter symboliek houden, de problemen van de natuurwetenschap evengoed, neen veel beter, verwerken kunnen dan de humanistische religiositeit. Als we het werk van Du Nouy tenslotte nog eenmaal overzien, is ons oordeel: dit boek, geschreven door een internationaal vermaard bioloog en physicochemicus, toont ons de ongerijmdheid van het „wetenschappelijk" materialisme en marxisme; een vurig aanhanger van de evolutieleer toont ons openhartig de onoplosbare raadsels, waarvoor ook deze leer komt te staan, als zij een evolutieschema wil opstellen en hij toont ons ook de defecten in onze kennis en geeft toe de noodzakelijkheid om een geloof in de evolutie niet in plaats van, maar naast het geloof in God te stellen. Zijn geloof is humanistisch, het is niet de God van Abraham, Izak en Jacob, het is niet de opgestane Christus, die ons tegemoet treedt. Het is niet de schuldige, maar de achterlijke mensch, die verlost wordt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's