1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 209
RONDOM TOURNIER'S „RADICALE THERAPIE"
181
meerd geweten, bhjft dan ook het oog uitsluitend gericht op den mensch en zijn verhouding tot den medemensch, wil men op zijn ethisch handelen. Neemt men zijn uitgangspunt in „wat voor oogen is", dan blijft het lijden van den mensch een ethisch probleem. Thurneysen definieerde eens het lijden als een ,,Krankheit an Gott und vor Gott"; Tournier zou het kunnen omschrijven als een ,,Krankheit an Menschen und vor Gott". En in deze situatie, waar de zonde primair aan den medemensch beleefd wordt en de religieuze afval van het menschelijk hart van God in zijn totalitaire beteekenis voor het geheele menschelijk bestaan, waarvan de psychologische beleving slechts één van de vele aspecten vormt, niet wordt doorzien, moet de arts, hoezeer hij zich ook door Gods W o o r d wil laten leiden, de verlossing, die het Evangelie belooft, wel ombuigen tot een psychologische ervaring, waaruit de mensch de kracht ontvangt om de gestoorde gemeenschapsverhouding met zijn medemensch te herstellen. En deze psychologische ervaring ligt dan in de ontmoeting met Jezus Christus, een ervaring, waaruit de krachten ontspringen om het lijden aan het gewetensconflict te boven te komen door datgene, wat jegens den mensch en daarin ook tegen God is misdaan, weer met hem in het reine te brengen. In deze ontmoeting wordt ook de vergeving der zonden ervaren, voor welke zonden Christus Zijn bloed heeft geofferd en waardoor deze zonden een religieus karakter krijgen. In dit alles komt de zieke tot bevrijding. Doe ik nu met deze voorstelling van zaken aan Tournier hier onrecht? Schrijft hij zelf niet, dat het gevoel van moreele 1) verantwoordelijkheid de eenige ^o) weg is, die tot een waarachtige re/fgieuze ervaring lo) voert? (pag.232). En op een andere plaats drukt hij zich aldus uit: ,,In de stille overpeinzing, in het licht van de zedelijke ^o) eischen van het Evangelie en in de overweldigende tegenwoordigheid van Christus zien wij, hoe groot onze zonde is en welk een fundamenteele rol zij in ons leven speelt" (pag. 233). Ik meen dan ook te mogen volhouden, dat Tournier den mensch ziet als een wezen, dat in de religieuze beleving van de ethischChristelijke normen zijn hoogste bestemming vindt, en dat hij daardoor niet in staat is al diens functies te betrekken op zijn ,,hart", waarin de richting naar God toe of van Hem af het allerbeheersende moment is voor de geheele menschelijke existentie in den tijd. De ') Cursiveering van mij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's