1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 162
138
Dr G. A, LINDEBOOM
De opbloei van de moderne geneeskunde begint met de pathologische anatomie, die in het microscoop een waardevol hulpmiddel kreeg bij de studie van het ontzielde lichaam. R u d o l f V i r c h o w was de vader van de anatomische gedachte. Deze stelt, dat nooit het gehele lichaam ziek is. doch slechts een deel. Dat zieke deel is de zetel der ziekte; de sedes morbi. Zo kreeg de ziekteleer een iocalistisch karakter 3). Dit karakter werd aanvankelijk verzwakt door de opkomst van de bacteriologie. Nu verscheen de ziekte als de uiting van den strijd tussen de pathogene kiemen en het verzet van het lichaam. De afloop scheen bepaald door de verhouding van de virulentie der kiemen en den weerstand van het organisme. De spoedig volgende inzichen omtrent a- en antisepsis stelde de chirurgie tot grotere dingen in staat dan zij tevoren verrichtte. Haar operatieve ingrepen werden stoutmoediger en haar successen steunden weer de localistische gedachte, als zou de ziekte iets zijn, dat men bij geoefende techniek uit het lichaam kan uitsnijden. Intussen gaf de ontwikkeling van de biochemie, endocrinologie en vitaminologie de opvattingen weer een stoot in een richting die van het localisme afvoerde, in de humoraalpathologische richting. In het begin van dezen opbloei kreeg het geneeskundig denken een stempel, die het langen tijd kenmerkte. Immers hij viel in de laatste decenniƫn der vorige eeuw. Toen heerste een geestelijk klimaat, waarin de artsen zicht blijkbaar zeer wel bevonden. Dit klimaat werd bepaald door een materialistische wereldbeschouwing, een deterministische levensopvatting en een mechanistisch begrip van het organisme. De stoffelijke gebeurtenissen in het lichaam waren zodoende de hoofdzaak, de psychische verschijnselen waren niet meer dan epiphenomenen van het biochemisch gebeuren. Vandaar dat ook bij de ziektebeschouwing aan de psychische verschijnselen en den geestelijken achtergrond slechts een zeer ondergeschikte rol werd toegekend. Zij werden tenslotte geacht geheel te zijn bepaald door het stoffelijk substraat. Deze materialistische-mechanistische instelling tegenover den mens in zijn ziekte, die aan de ziel geen recht deed wedervaren, heeft de geesten der medici zo in beslag genomen, dat zij zich daar veel langer handhaafde, dan in de wijsgerige stromingen, waaruit zij primair was ontstaan. Zij handhaafde zich merkwaardigerwijs ook ondanks de door F r e u d bewerkte opkomst der psychiatrie. Omstreeks de eeuw-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's