1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 74
62
BOEKBESPREKING
chologische plan de „tests". En nu krijgen we een allermerkwaardigste interpretatie van Genesis, dat volgens hem in symbolische taal hetzelfde leert als het telefinalisme. De dieren zijn niet vrij, maar geheel onderworpen aan de physiologische wetten; daarom staat er, dat God ze ,,beval" te leven en hetzelfde gold voor het eerste menschenpaar, op de 6e dag geschapen: d.w.z. de dierlijke mensch, nog zonder een ,,geweten". Maar op de 8e dag schept God nóg een menschelijk wezen en Hij blaast het de levensadem in en beveelt het niet te eten van de vrucht van een bepaalde boom. Dit beteekent het optreden van een nieuwe discontinuïteit in de natuur, even diep als die tusschen levenlooze stof en organisch leven. Het is de geboorte van het geweten; zoo werd de mensch tot een levende ziel, nu is er vrije keuze en geen onvoorwaardelijke gebondenheid aan endocrine functies meer (131). We merken hiierbij op, dat er dan toch moeilijk van een „evolutie" gesproken kan worden. Een dergelijke principieele spi'ong is toch wel een scheppingsdaad en dat is toch iets wat de schrijver, met zijn hartstocht voor „evolutie", nooit zou willen aanvaarden: zie maar op p. 223 („er zouden geen wetten meer zijn, maar willekeur"). Maar de mensch voldoet niet aan de test (132) on de erfzonde beteekent, dat de mensch ook nu nog niet aan de test voldoet, nog niet de graad van volkomenheid bereikt heeft, die hij bereiken moet. De strijd tegen de erfzonde is de strijd tegen de overblijfselen van het dier in zijn binnenste (133). Het geweten maakt dit tot een strijd van het individu, niet een strijd van de soort. Christus overwon in die strijd en heeft dat door zijn kruisdood getoond, zoodat hij in waarheid voor ons gestorven is, „want was Hij niet gekruisigd, dan zouden wij niet overtuigd zijn" (dat de overwinning mogelijk is). Het gaat bij deze test om de persoonlijke inspanning, niet om het absolute resultaat; de intensiteit van het streven toont ,,de graad van menschwording" (134) en wie zich niet inspant „is niet ver genoeg geëvolueerd om dat te begrijpen" (135). De overlevering (die alleen bij de mensch bestaat) helpt de mensch: „alles geschiedt alsof alle vermogens, die aan de ervaring te danken zijn, onrniddellijk erfelijk werden" (139) en zoo kan hij in 30.000 jaar reeds zooveel volbrengen. Door middel van de hersens moet de mensch verder evolueeren (139). Nu wordt de geestelijke evolutie vanaf de CroMagnon-mensch gevolgd: het ontstaan van de idee der onsterfelijkheid (144), de ontwikkeling van het begrip „wraak" tot het begrip ,,straf"; dit alles gevolg van een doelbewuste evolutiegang (de mutaties: de geestelijke leiders; de selectie: hun keuze van de meest begaafden tot hun jongeren, p. 145). Daarbij laat de schrijver echter de idee van de volstrektheid van goed en kwaad niet los; hij acht het prijsgeven ervan gevaarlijk (147). Temeer moet het verbazen, dat de kriteria van ,,goed" en „kwaad", die hij geeft („die natuurlijk niet méér absoluut zijn dan de hypothese van de evolutie waarop zij rusten") zoo sterk herinneren aan die van de materialist Waddington. (De gang van de evolutie is goed, eenvoudig omdat zij het goede is (Wadd.): „Goed is datgene wat bijdraagt tot de opgaande lijn van de evolutie en wat ons verwijdert van de dieren in de richting van de vrijheid" (du Nouy, p. 149). ,,Kwaad is wat in strijd is met de evolutie en er aan ontsnapt tengevolge van regressie naar de oude slavernij, naar het beest" (149, 245). Du Nouy aanvaardt de vrije wil zonder beperking (150); de zedelijke evolutie berust op een kracht in ons binnenste (vgl. p. 199). Wel ziet hij in, dat dit niet een bepaald christelijk denkbeeld is (152), maar overigens is hij ,,rationeel tot dezelfde opvattingen gekomen als die de christelijke moraal leert" (152, 267). Het is inderdaad wóar, dat zijn opvattingen die van de christelijke moraal zijn en dat zijn kritische houding tegenover het pseudo-wetenschappelijke materialisme op vele punten één lijn trekt met de christelijke kritiek, maar dat hij tot dit alles langs „rationeele" weg gekomen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's