1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 178
154
Dr G. A. LINDEBOOM
middel voor lichamelijk herstel gaat zien. Dat kan leiden tot een onbedoelde devaluatie van geestelijke waarden. Aan dat gevaar is bij voorbeeld C a r r e 1 1 in zijn geschrift over het gebed niet geheel ontkomen ^o). Het zou dan ook m.i. niet goed zijn als alle Christen-artsen plotseling genezingen door den geest zouden gaan najagen. Hun taak is in de eerste plaats met natuurlijke middelen te trachten natuurlijke ziekten tot genezing te brengen. He komt mij voor, dat T o u r n i e r een bijzonder apostolaat heeft, wat niet allen gegeven wordt •— vermoedelijk slechts zeer weinigen. De werkelijke priester-arts is een zeldzame figuur. Zij wordt niet geboren uit de combinatie van de studie der theologie en der medicijnen. De priester-arts is een geroepene. In hem is de arts, zoals bij Tournier, min of meer gesubordineerd aan den priester, wiens roeping hoger ligt. Men mag verwachten noch eisen, dat iedere Christen-dokter zulk een priester-arts is of wordt. Zijn taak is bescheidener. Zielzorg is zeker niet primair een aangelegenheid van den arts. De meeste patiënten komen op het spreekuur in de eerste instantie om een medisch advies, niet om een getuigenis. Bekeringsijver gedijt zelden in de spreekkamer. Het is goed te bedenken, dat een goede zielzorger de zielzorg beter kan uitoefenen dan een uitstekend arts. Met alle waardering voor Tournier vinden toch sommige RoomsKatholieken, dat hij teveel in de richting van de zielzorg gaat 3i). Dit bezwaar laat zich vooral van Roomse zijde verstaan. De Katholieke biecht bevrijdt van vele kwellende schuldgevoelens. Het Protestantisme heeft de practijk van de biecht bijna geheel verlaten. Dit manco wrekt zich. De collectieve absolutie in een kerkdienst werkt psychologisch anders dan ene na belijden van welomschreven en reëele zonden. Vele Protestanten hebben — terecht of ten onrechte '— het vermoeden, dat het ambtsgeheim door den predikant niet zo streng wordt genomen als door den priester. Dit neemt niet weg, dat de arts goed zal doen niet zonder noodzaak op het terrein van den zielzorger te grasduinen, en liever zo nu en dan een patiënt naar zijn predikant te verwijzen. Maar hij krijgt ook patiënten, die geen biechtvader of predikant hebben, of er reeds geweest zijn, maar niet het juiste begrip of de ware troost vonden. Hij mag ook niet geheel voorbijzien, dat ze zich tot hem, niet tot een geestelijke, wenden. Wil hij zulke psycho-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's