1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 63
VAN KANSREKENING TOT STATISTIEK
51
vattende werkzaamheid nog niet gedacht behoeft te worden. Indien wij de aangehaalde en soortgelijke teksten evenwel in hun letterlijke betekenis vertolken, dan werpen zij op de Goddelijke voorzienigheid zulk een verblindend licht, dat onze verstandelijke vermogens te enen male schipbreuk lijden. Alsdan immers blijkt, dat de door ons geleraarde natuurwetten in feite niet bestaan, doch de evenwichtige en nimmer falende harmonische activiteit van Gods vingeren weerspiegelen. De hemellichamen worden door de Almachtige eigenhandig en de eeuwen door op zo volmaakte wijze verplaatst, dat wij de Newtonse bewegingswetten menen te zien. Op gezette tijden drijven Gods vingeren wolkenformaties langs het firmament en wanneer het Hem goeddunkt, ontlasten deze wolken zich in sneeuw of regen, welker vlokken en druppelen ook door Zijn hand tot de aarde worden geleid; de wisselvalligheid van deze verschijnselen is slechts schijn, doch in waarheid is de Goddelijke stuwing met betrekking tot de atmosfeer zo volmaakt nauwkeurig, dat nu reeds verantwoorde voorspellingen mogelijk zijn, die ongetwijfeld voortdurend in betrouwbaarheid zullen winnen. Indien een steen ter aarde valt, voeren wij ter verklaring de zwaartekracht ten tonele, maar in feite is het de hand Gods, die het voorwerp met een toenemende snelheid naar de aarde voert. De vlucht der trekvogels in volstrekt regelmatige formaties schrijven wij aan instinctieve vermogens toe, doch in werkelijkheid dragen Gods vingeren de vogels door het luchtruim en drijven de wiekslag in het klaterend zonnelicht. Ja, elke microbe wordt door Hem in schijnbaar rusteloze bewegingen gestuurd en het dansend stof kan zich niet aan Zijn leidende hand onttrekken. Het is duidelijk, dat ons begrip met deze schriftuurlijke beschouwing omtrent het providentieel bestel des Heren geen raad weet; wij worden er duizelig van. Ook het geloofsoog echter kan de onpeilbare diepten van Gods mogendheden niet doorschouwen, waaraan natuurlijk geen verontschuldiging mag worden ontleend voor de oppervlakkigheid, die doorgaans met betrekking tot de belijdenis der Goddelijke voorzienigheid wordt betoond. In dogmatisch opzicht biedt de herleiding van de natuurwetten tot de volmaakte regelmaat, die het bestendig actieve en alles doordringende wereldregime van de Almachtige kenmerkt, aantrekkelijke aspecten; enerzijds toch valt op de schepping een wonderschone glans tot hogere glorie van haar Maker, terwijl anderzijds aan de emancipatiezucht van de mens paal en perk wordt gesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's