1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 126
106
Dr C. C. J O N K E R
Het woord kracht wordt in het dagelijks spraakgebruik in een groot aantal samenstellingen gebruikt. Wij spreken van: spierkracht, verbeeldingskracht, windkracht, geloofskracht, denkkracht, toverkracht, paardekracht enz. Het lijkt niet mogelijk aan te geven welke betekenis primair is, het zijn alle variaties van eenzelfde vaag aangevoeld begrip. Het heeft eeuwen geduurd voor hieruit een welomschreven natuurkundig begrip ontstaan is. Door de Grieken is van de mechanica voornamelijk de statica tot ontwikkeling gebracht en deze is reeds voorlopig afgesloten door Archimedes. Zij werken niet met het dynamische begrip kracht, maar kennen alleen, druk of trek, en bij het evenwicht van hefbomen, het gewicht of de „zwaarte". Dit gewicht is echter zeker niet als kracht in moderne zin op te vatten. Laten we de statica verder rusten en vragen we naar de begrippen, die bij de bewegingsleer gebruikt worden, dan wil ik slechts enkele aanduidingen geven. Achter het Griekse krachtbegrip staat (volgens Kittel) i ) , de voorstelling van de in de kosmos heersende en hem bewegende, maar alleszins verborgen natuurkracht. Volgens de Aristotelische onderscheiding vallen de bewegingen uiteen in natuurlijke en tegennatuurlijke. Voor de natuurlijke bewegingen is dan geen kracht nodig: de val voor de zware ondermaanse lichamen en de cirkelbeweging voor de hemelse lichamen. Bij andere bewegingen, zoals van een schip, dat door een paard wordt getrokken, is de trekkracht oorzaak van de plaatsverandering en dus evenredig met de gemiddelde snelheid en de zwaarte. De worp geeft als gedwongen, tegennatuurlijke beweging aanleiding tot uiteenlopende beschouwingen. Volgens Aristoteles wordt de weggeworpen steen na het verlaten van de hand voortbewogen door de lucht, die eenmaal bewogen, bewegend blijft werken. Deze opvatting beheerst de gedachten tot de late middeleeuwen en wordt tot een ernstige belemmering voor verder onderzoek, daar zij de afwijzing van de vóór-Socratische, soms meer experimenteel ingestelde houding, doet voortduren. De verandering komt door het werk van Galilei. Na het uitvoerig onderzoek van Dijksterhuis 2), kan men de toestand als volgt weergeven: Tezamen met zijn voorlopers en zijn tijdgenoten heeft Galilei een vage notie van het traagheidsbeginsel, maar gebruikt voor de worpbeweging nog de enigszins gewijzigde Aristotelische opvatting, dat de opgeworpen steen een innerlijk bewegend vermogen: de ,,vis impressa" wordt medegegeven. Deze veroorzaakt een „lichtheid" in de steen, die evenals
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's