1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 96
80
Dr F. J. TOLSMA
rust geheel op een intuïtie, welke meent, het verschijnsel te kunnen ordenen in een bepaalde structuur, terwijl bij enig nadenken de moeilijkheden ter verklaring zich vermenigvuldigen. De op intuïtie fk berustende scheiding krijgt, naarmate men dieper doordenkt, steeds minder rin en zij beru^'t an fond ncheel op de \v'»rp1dbeschouwing. welke men toegedaan is. De parapsychologische verschijnselen zijn daarom zonder deze moeilijk te ordenen en het beste doet men, door ze naast elkaar te zetten, om ze daarna stuk voor stuk te toetsen iaan de werkelijkheid. Daar deze werkelijkheid zich nu eveneens baseert op het naïeve realisme, op de wereld der ervaring, waarbij men, afhankelijk van zijn instelling, beginnen kan zowel bij het belevende subject als bij het object, of bij voorbijgaan van deze min of meer isolationistische beschouwingen direct bij de relatie tussen beide, zo staan we hier wel voor de zeer merkwaardige omstandigheid, dat iedere verklaring steeds tegenspraak verwekt, doordat de verklaring geen universeel philosophisch karakter draagt. ledere verklaring is eenzijdigheid, stukwerk, uitgaande van de onjuiste identificatie van denken en zijn. Vooral nu zowel de physica als de psychologie in hun wetenschappelijke grondstructuur aangetast worden; de eerste door een doorbraak van allerlei wat tot voor kort vaststond, b.v. het principe der causaliteit, de laatste vooral door het voltrekken van een wending naar moderne anthropologische interpretaties, waardoor zij zich eveneens van de wereld der ervaring distancieerde. Het object der psychologie is niet meer in de eerste plaats gekwalificeerd door natuurwetenschappelijke bepaaldheden door maat en getal, maar door de mens zelve, welke zich openbaart door de wijze waarop hij zich tot de objecten verhoudt. Hoeveel meer is het dan niet noodzakelijk, dat de paraphysica en de parapsychologie zich niet alleen hebben te bezinnen op haar fundament, maar zich moeten realiseren dat zij slechts daarom een aparte plaats in de wetenschap innemen, omdat zij in haar empirisch psychologische opzet nog zo weinig geslaagd zijn om tot bepaalde schema's te komen. Er is nog zo weinig houvast, omdat de door haar bestudeerde verschijnselen niet alleen zeldzaam, maar bovendien ook gebonden zijn aan bepaalde persoonlijkheden. Het gaat immers in de parapsychologie slechts om een beperkt aantal verschijnselen, waarvan het niet te verwachten is, dat ze nog voor uitbreiding vatbaar zal blijken te zijn. W a t de beoordeling der parapsychologische verschijnselen betreft, deze is dan ook zeer verschillend. W e vinden hier naast
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's