1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62
50
Dr J. P. VAN ROOIJEN
tenen afwijzend staan tegenover het streven om in het licht der openbaring een leer van het toeval op te bouwen, omdat zij daarin een curieus doordringen in de verborgen wegen van de Almachtige zien, In weerwil echter van deze begrijpelijke, doch niettemin misplaatste schroom mag de christelijke natuuronderzoeker de bearbeiding van dit doornige terrein geenszins veronachtzamen, temeer omdat juist ten deze de gehoorzaamheid aan het Goddelijk gebod de ziel bovenmate verkwikt. De roeping van de eerste mens in het paradijs om de hof te bouwen en te bewaren, is terecht door de christenheid in dier voege uitgelegd, dat het schone en wondere scheppingsproduct tot glorie van de Almachtige nagespeurd dient te worden. Zulks impliceert reeds, dat het creatuurlijk bestaan aan een vaste natuurorde werd gebonden en te dien opzichte kan op talrijke karakteristieke schriftuurplaatsen worden gewezen, waar Gods onwankelbare verbondstrouw wordt gesymboliseerd door de constante orde in de natuurverschijnselen. Intussen hebben de schriftgelovigen altoos voor de deïstisch getinte levensopvatting moeten waarschuwen, volgens welke de natuurwetten in zichzelf bestaan; veeleer hielden zij staande, dat sinds de schepping uit God duurzaam de krachten vloeien, die de orde in de natuur van ogenblik tot ogenblik handhaven. Het wil mij echter voorkomen, dat de christenheid zelfs met deze belijdenis niet kan volstaan, want zij suggereert, dat God de wereld als een machine heeft geconstrueerd, die in haar voortbestaan slechts in zoverre van Hem afhankelijk is, dat Hij de motorische impulsen bestendig doet indalen. Zulk een visie op de schepping is zeker niet in overeenstemming met de eenvoudigheid des geloofs omtrent het leerstuk van de Goddelijke voorzienigheid, waarvan de Heilige Schrift voortdurend en met diepe nadruk spreekt. Wij vernemen uit de aanspraak tot de profeet, dat de Schepper van de einden der aarde de sterren bij name roept; wij beluisteren het getuigenis van Christus, dat zonder de wil van de hemelse Vader geen mus ter aarde stort; en wij horen het troostvolle, doch tegelijk zo onbegrijpelijke evangeliewoord, dat God zelfs de haren van ons hoofd heeft geteld. Voor zover wij zulke bijbelse uitspraken zinnebeeldig zouden willen opvatten, leren zij ons slechts, dat het providentieel bestel des Heren met een bijzondere zorg over het creatuurlijk bestaan blijft waken, hoewel aan een actieve en alles om-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's