Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 71

4 minuten leestijd

BOEKBESPREKING

59

Het tweede deel behandelt de ontwikkeling van het leven en daarbij toont de schr zich een vurig aanhanger van de evolutieleer Het verdienstelijke IS echter, dat hij met de gebruikelijke pogingen doet om de zwakke plekken in de veronderstelde keten der ontwikkeling weg te moffelen (77, 78, 90, 91) Integendeel, hij wijst op de raadselachtige groote sprongen (77) Men kan volgens hem met bewijzen of de overgang der diersoorten abrupt of geleidelijk is, want de vooi de evolutie noodige tusschenvormen, waren zoo onstabiel, dat er geen fossielen van te vinden zijn (p 95) Zelfs bij het bekende paradepaard der evolutietheorie, de ontwikkeling van Eohippus tot Paard, erkent de schr onbewimpeld, dat tengevolge van het ontbreken van fossiele resten het onmogelijk is de overgang van de eene vorm op de andere te reconstrueeren ,,Toch moet die hebben bestaan De bekende vormen blijven van elkaar gescheiden als de pijlers van een gebroken brug Wij weten, dat de brug gebouwd is geweest, maar alleen de resten van de vaste deelen zijn overgebleven De continuïteit, die wij aannemen, zal misschien nooit door de feiten gestaafd kunnen worden" Maar dit is een onbelangrijk probleem vergeleken bij de grootere „Hoe wij onze verbeelding ook laten werken, wij kunnen ons onmogelijk een voorstelling maken van de overgang van eencellige wezens naar de Metazoa, van asexueele voorplanting op sexueele voortplanting, van het bloedpigment dat koper bevat op het bloedpigment met yzer, al deze veranderingen hebben absoluut mets te maken met aanpassing" (112) „Er bestaat geen enkel feit, geen enkele hypothese, die een verklaring geeft van de geboorte van het leven of van de natuurlijke evolutie" (150) Zelfs is elk chronologisch plan van de evolutie „uitermate aanvechtbaar" (78) Dat neemt met weg, dat de schr het toch geoorloofd acht „een geschiedenis van de evolutie te schetsen die een vrij nauwkeurige indruk kan geven" (79) Het merkwaardige is dus, dat de schr eerst alles doet om ons geloof in de evolutie te ondermijnen en ons dan als conclusie vraagt er toch in te gelooven en haar zelfs op menschelyke gedachten en handelingen toe te passen ,,Het is heden ten dage bijna onmogelijk met in de evolutie te gelooven" (82) De schr verbergt niet welke enorme raadsels daarbij onopgelost blijven Hoezeer zijn evolutionistische overtuiging niet alleen een rationeele maar een religieuze is, blijkt ook wel als hij, naar aanleiding van het optreden van constante temperatuur bij vogels, zegt „Dit is ontegenzeggelijk een geweldige bevrijding van gebondenheid aan de omgeving, welke, dat moet men erkennen, alle onbevredigende kenmerken vertoont van een absolute schepping, terwijl wij voelen ('), dat dit niet het geval kan zijn Dit vormt heden een van de grootste raadsels van de evolutie" (88) En toch lezen we iets verder „We moeten met toegeven aan de verleiding om te zeggen er kan veel gebeuren in 100 miljoen jaren Als er mets gebeurt in éen jaar, is er geen reden waarom er, door wat met gebeurd ts één of honderd miljoen malen te vermenigvuldigen, aan het eind van die periode wel wat zou gebeuren Er moet een beginpunt zijn onverschillig hoe bescheiden ook Een beginpunt, dat te danken is aan het toeval alleen kan men zich onmogelijk voorstellen (92) Als nu de schrijver zich ten doel stelt om door dit boek de menschen die op verstandelijke gronden het religieus geloof niet kunnen aanvaarden, langs redelijke weg dezelfde levensinhoud te geven als de gcloovigen (en daaromtrent laat hij geen twyfel bestaan) dan lijkt het ons, na al de kritiek op de wetenschappelijke bestanddelen van de evolutieleer, toch eenvoudiger nu maar ineens dat leligieus geloof aan te prijzen dan hiertoe te komen via de omweg van een gelooj (zie p 88, 82) in een onkenbare of althans ongekende evolutie, die de noodigc

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 71

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's