Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 100

3 minuten leestijd

84

Dr F. J. TOLSMA

persoon stond. Blijkbaar is voor het slagen van de proef absolute psychische rust en daardoor een maximale openstelling voor het verlangde noodzakelijk. Vele andere, eveneens positief uitvallende resultaten, zullen we hier niet vermelden. De ontvanger is over het algemeen belangrijker dan degene, die uitzendt. De conclusie moet zijn, dat inderdaad paranormale afstandswerking mogelijk moet worden geacht. W a t deze afstand betreft, deze moeten we niet slechts ruimtelijk zien, maar ook in de tijd. Sommige mensen zijn in staat iets van de toekomst te voorspellen, ze hebben proscopische eigenschappen. In de Bijbel vinden we vele voorbeelden van zieners, maar ook in de moderne tijd komen ze, zij het sporadisch, voor. Het blijkt, dat het verschijnsel der voorspelling niet steeds aan het heldere bewustzijn gebonden is, dikwijls treedt het ook op in droomtoestanden. In de parapsychologie spreekt men dan van 't ,,Dunne" effect. Dromen kunnen zich in hun geheel verwerkelijken, maar de congruentie van droom en realiteit kan ook fragmentarisch zijn. Een der meest bekende voorbeelden is de droom van een dame, welke het auto-ongeluk van Prins Bernhard tussen Hitversum en Amsterdam voorspelde. De werkelijkheid was niet geheel identiek met de droominhoud. Toevallig was ik in de gelegenheid deze dame naderhand enkele malen te spreken. Onder andere bleek, dat zij dikwijls dromen had, welke in het geheel niet uitkwamen. Over het envoütement kunnen we tamelijk kort zijn. Het berust op het bij vele primitieve volken bestaande geloof, dat men door een beeld van iemand leed te doen, de persoon, wien dit beeld voorstelt, zelf treft. Dikwijls was het de bedoeling iemand op deze wijze te doden. D e J o n g vermeldt hiervan een aantal voorbeelden. Een van de beschuldigingen tegen de heksen van Lancashire ( N . W . Engeland) in 1612 was moord, door middel van beeldenvervaardiging. Meestal bevatte het beeld haren van de persoon, welke men wilde doden of zand genomen van de plaats waar zijn voeten hadden gestaan. W e herkennen hier direct weer het manaprincipe. De delen van z.g. heilige personen bevatten ook mana, m.a.w. ze zijn eveneens heihg. W e vinden hiervan de voortzetting in de R.K. reliquienverering. De Reformatie heeft het primitieve envoütement overwonnen in de bestrijding van beelden en reliquienverering. D e J o n g blijkt echter op dit punt niet geheel ongelovig te zijn. Hij gelooft aan de mogelijkheid van het uittreden van de gevoeligheid, welke zich aan een bepaald beeld zou kunnen hechten. Hij vermeldt daar-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 100

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's