Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 163

2 minuten leestijd

PSYCHOSOMATISCHE GENEESKUNDE

139

wisseling ontwikkelde hij zijn methode der psycho-analyse, waarmede hij dieper in het psychische gebeuren drong en een geheel eigen leven met eigen wetmatigheden in de ziel ontdekte. Hij bracht voor vele psychiatrische stoornissen een zuiver psychogene verklaring, waarbij de psyche moeilijk als een neveneffect van het biochemische was te denken. W e l is waar dragen zijn beschouwingen van het zieleven nog een min of meer mechanistischen stempel (getuige de sterke waardering van begrippen als verdringing en weerstand), maar hij leerde toch de psychiatrie het leven der ziel op zich zelf, als iets eigens te beschouwen, waarbij de jacht naar het anatomisch substraat niet langer het voornaamste doelwit is. Intussen ontwikkelde deze psychiatrie zich zelfstandig en betrekkelijk vrij van de overige geneeskunde, zij ging spreken in eigen termen en een eigen taal, die voor een buitenstaander slechts moeilijk te verstaan was. Daardoor ging het organische verband tussen de psychiatrie en de overige medische vakken, zoals dat in een vruchtbare wisselwerking tot uiting moet komen, veelszins te loor. De psychiatrie kwam zodoende enigszins geïsoleerd te staan, haar kennis en kunde bleef veelszins binnen haar eigen muren besloten; de overige medici, huisartsen en specialisten, waren onvoldoende met haar wijze van werken vertrouwd en daardoor ook niet in staat tot een behoorlijke toepassing van haar methoden. In verband daarmede had haar ontwikkeling ook geen overwegenden invloed op het gebrek aan psychologische oriëntering in het denken der artsen. Dat betekent uiteraard geenszins, dat aan de goede artsen in de practijk den invloed van de psyche op de ziekelijke verschijnselen geheel ontging. Dat is ondenkbaar. Immers zonder een zeker intuïtief psychologisch inzicht, zonder practische mensenkennis kan men geen goed arts zijn. En goede artsen zijn er altijd geweest, al zal de ene periode er meer hebben gezien dan de andere. En altijd is het therapeutisch effect voor een niet gering deel afhankelijk geweest van het moeilijk te omschrijven affectieve rapport tussen dokter en zieke, een rapport, dat niet alleen bevorderlijk, maar ook nodig is voor een adaequate, dus ook psychologische benadering van den lijder. Waarschijnlijk zullen onder de Christelijke artsen van Protestantsche en Roomsche signatuur er relatief vele geweest zijn, die, uit hoofde van hun godsdienstige overtuiging, den invloed der ziel bleven erkennen ten tijde der hoogconjunctuur van het mate-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's

1949 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 163

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 232 Pagina's