Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 18

2 minuten leestijd

10

Dr A. TH. KNOPPERS

Tabel I. Normale Stam K 37 Controle Kinine Controle Kinine — 20 mg/Kg ^ 20 mg/Kg 81 % (4) 0,9 % (5) 78,7 % (5) 75,2 % (5) K 37 betekent: 37 behandelingen met kinine, elk van 7 doses (vanaf K 17 altijd 20 mg/Kg). Het aantal gebruikte vogels is tussen haakjes geplaatst. Het percentage duidt op het aantal geïnfecteerde erythrocyten. Proeven werden verricht om deze resistentie nog verder op te voeren. Quantitatief bleek de resistentie nl. tweevoudig te zijn. Wij hebben nagegaan in hoeverre het mogelijk was (evenals bij ,,Paludrine") de resistentie tot het maximum op te voeren. Uit langdurige onderzoekingen bleek, dat het practisch niet mogelijk is deze tweevoudige resistentie te vergroten. De tweevoudig resistente stam werd aan een uitvoerige analyse onderworpen. De conclusies, die uit deze proeven getrokken kunnen worden, zijn de volgende. De bespreking ervan in verband met het onderwerp volgt later. a. De resistente stam was normaal gevoelig voor atebrine, chloroquine, ,,Paludrine" en sulfamerazine. De stam bleek verrassenderwijze overgevoelig te zijn voor de 8-aminochinolines (plasmochine, pentaquine en isopentaquine). b. Na de eerste mugpassage gaat een klein deel van de resistentie verloren, maar daaropvolgende mugpassages hebben geen verdere invloed. Dit gedeelte van de resistentie is dus stabiel. Pogingen om door onthouding van kinine de stam te ontwennen, hadden weinig of geen resultaat. Het klinisch aspect van deze proeven leidt tot de conclusie, dat een chemoresistentie tegen ,,Paludrine" ook bij menselijke malaria tot de waarschijnlijkheden behoort; een resistentie tegen kinine daarentegen is hoogst onwaarschijnlijk. Het lukt nl. op uiterst gemakkelijke wijze ,,Paludrine"-resistentie op te wekken (vergelijkbaar met sulfonamiden); daarentegen lukt het slechts met de uiterste moeite een geringe kinine-resistentie te induceren. De klinische ervaring met kinine is hiermede in overeenstemming. Het pharmaco-biochemisch aspect. De vraag, waarin de resistente stam biochemisch verschilt van een normale stam, heeft aanleiding gegeven tot vele en dikwijls

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's

1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 18

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's