1950 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 130
no
H. W. DE GROOT
wens een persoonlijkheid te blijven! Daardoor wordt hij veelal gedreven tot een Camouflage, die het wezenlijke oud worden voor hemzelven en voor de omgeving moet trachten te verbergen. Vermindering in activiteit en lichaamskracht worden gemaskeerd door lange verhalen over vroegere prestaties en heldendaden. Het uitgebreide relaas over voorbije tijden moet de vergeetachtigheid voor recente gebeurtenissen verbergen — en de grootspraak, daarbij aannwezig, is deels een overcompensatie van het innerlijk groeiende minderwaardigheidsgevoel, als de oorspronkelijke verhoudingen toch wel pijnlijk worden gemist. Een aanwezige doofheid wordt betiteld als hardhorigheid — en de ogen konden vroeger het kleinste pluisje zien! Geboden hulp bij de vruchteloze pogingen de draad in het oog van een naald te steken, worden verachtelijk afgewezen! Grijzende snor en baard worden onbarmhartig afgeschoren, omdat ze zo hinderlijk zijn en het geen mode meer is. Toch worden de moeilijkheden, daarbij ondervonden, steeds groter, daar de vrees voor het inslaan van een nieuwe richting of het inschakelen op een andere versnelling bij èn dóór de levenservaring vergroot is en de neiging tot uitstellen en het vasthouden van het voorhene bij velen domineert. Dit laatste is echter niet alleen een teken van de vaak optredende geestelijke verstarring, maar tevens weer een kenmerk van de zucht de jeugd met haar bekende en geliefde entourage niet te verliezen. Tot in het bizarre toe worden soms de attributen daarvan in de vorm van boord of manchet, van dop of cylinder, ja zelfs van kuitbroek en steek gehandhaafd, al zijn ze ook nog zo verouderd en uit de tijd. Even zo vele kleinigheden, die de oude van dagen typeren, bewijzen, dat ook in dit levensstadium de mens een geboren toneelspeler is. En als eindelijk de harde werkelijkheid en de nuchtere feiten niet meer zijn te maskeren en de zo moedig begonnen strijd geleidelijk moet worden opgegeven, dan blijft toch nog de zucht ^en persoonlijkheid te zijn aanwezig. Met graagte wordt gewezen op anderen (zij het ook met leedwezen?), die reeds zo gebrekkig zijn, waar men zelve nog bogen mag op goed functioneren van gezicht of gehoor — men prat gaat op stoelgang en eetlust. De zucht om iets te presteren ligt zelfs in de vermelding, dat men reeds in zijn 84ste is, al zijn de gevoelens gemengd, waar een ander zich 90 mag noemen. Geheel in overeenstemming daarmede zijn de ogenschijnlijk er mee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 228 Pagina's